Muziekles: aansluiten bij de beleving van de leerling
In dit artikel:
Een Hongaarse studente komt al geruime tijd bij hobodocent Nynke Jaarsma in Sneek op les; zij studeert in Leeuwarden en volgt Engelse lessen, die ze uitstekend beheerst. Jaarsma schetst het muzikale erfgoed van Hongarije — van Liszt en Bartók tot zigeuner‑ en volksmuziek — en legt uit hoe in de AMV‑lessen nog steeds de Kodály‑aanpak (zingen centraal) en de 'ti‑ta‑to‑vertaling' voor ritmebegrip worden gebruikt (bijvoorbeeld 'To' voor twee tellen, 'Ta' voor één).
Hoewel de studente een rijke muzikale achtergrond had — op school kreeg ze twee uur muziekles per week — speelde ze aanvankelijk geremd en zonder veel expressie. Na een open gesprek over de politieke situatie in Hongarije, waar Viktor Orbán al sinds haar vierde regeert en de samenleving met propaganda en vertrek van jongeren wordt beïnvloedt, ontspande ze. De studente zei: “In zekere zin is fantasie ook echt. Op het moment dat je je fantasie de vrije loop laat als je aan het muziekmaken bent, is dat een werkelijkheid.”
Jaarsma sloot aan bij haar belevingswereld en koos repertoire met Balkanachtige, melancholische kleuren en veel ruimte voor articulatie. Dat hielp de muzikante haar gevoelens op de hobo te uiten; ze kwam los en speelde met meer expressie. De ervaring illustreert hoe muziekeducatie, culturele achtergrond en persoonlijke vrijheid met elkaar samenhangen — en hoe politieke omstandigheden het creatieve leven kunnen beïnvloeden. Jaarsma is naast hobodocent ook vakleerkracht muziek en dirigent van Hallelujah Makkum.