Mozart, foar wa't genôch hat fan swiere muzyk
In dit artikel:
Vorige week zag schrijver Jaap Krol voor het eerst de film Amadeus (1984) — een fikse confrontatie met het beeld van Mozart dat hij al jaren had. Als veertienjarige miste hij destijds de bioscoop en dacht hij dat Amadeus een musical was; in zijn jeugd verwisselde hij film en musical en negeerde hij Mozart als frivool repertoire, geschikt hooguit tijdens klusjes als aardappelschillen of stofzuigen.
Jarenlang koesterde Krol een voorkeur voor zwaarmoedige, monumentale componisten als Dvořák, Brahms, Strauss, Bruckner en Mahler; hoe groter het orkest en hoe meer dramatiek, hoe beter. Pas als volwassene keerde hij zich van dat permanente bombast af en vond via Mozarts Pianoconcert nr. 23 een nieuwe ingang: de drie delen raakten hem onmiddellijk en openden de weg naar de andere pianoconcerten.
Zijn belangrijkste conclusie is dat Mozarts genialiteit ligt in het verenigen van lichtheid en zwaarte — humor en ernst, frivool en dramatisch — zonder uit de bocht te vliegen. Die balans maakt veel van zijn muziek verrassend en blijvend interessant; Krol luistert de concerten zelfs tijdens alledaagse klusjes omdat ze nooit vervelen. Hoewel hij al strijkkwartetten, -kwintetten, enkele pianosonates en een paar symfonieën heeft beluisterd, wacht nog een lange rij Mozartmuziek op hem — en na Amadeus denkt hij dat het tijd is om naar een opera te gaan.
Jaap Krol groeide op in Beetstersweach en woont in Groningen.