Mohammed Benzakour leert van gekooide vogels en van Bali
In dit artikel:
Mohammed Benzakours nieuwste roman draait om vogels en wat ze over ons vertellen: liefde voor geborgenheid, de neiging tot belemmerende gewoontes en de drang naar vrijheid. Na de opname van zijn moeder in een verpleeghuis zwerft de Rotterdamse schrijver door een park en raakt hij gehecht aan een winterkoninkje dat hij Agilouz noemt. Wanneer het vogeltje verdwijnt, besluit hij dat alle gekooide vogels recht hebben op vrijheid en vertrekt hij naar Indonesië om dat idee concreet te maken.
Op Bali vestigt Benzakour zich in een eenvoudig huisje bij zee en trekt over het eiland op zoek naar vogels in kooitjes die hij kan kopen en loslaten. In poëtische, beeldrijke scènes schetst hij dorpse landschappen, sawa’s en boeren en observeert hij zowel gekooide als vrije vogels. Het boek is deels een ode aan de natuur — vogelaars zullen genieten — maar gebruikt vogels vooral als metafoor: ze confronteren de menselijke neiging tot beheersen, categoriseren en het consolideren van macht. Benzakour legt in zijn verhaal ook een parallellie tussen het opsluiten van dieren en historische vormen van onderdrukking zoals kolonialisme en slavernij.
Aan het einde van de reis ontmoet hij een klein brilvogeltje, Brillie, dat hij koopt maar niet zomaar vrij kan meenemen. Zijn verblijf in Indonesië verandert hem; het eiland toont een andere tijdsbeleving en hernieuwt zijn blik op plek, repetitie en rust. Het lied van Agilouz is daarmee zowel een reisverhaal als een reflectie op vrijheid, verlies en morele verontwaardiging. Titel: Het lied van Agilouz. Auteur: Mohammed Benzakour. Uitgever: Cossee. Prijs: €23,99.