Moeten we zwaar bevochten duurzame energie wel benutten voor AI-video? | LC commentaar
In dit artikel:
Europa wordt opnieuw geconfronteerd met zijn kwetsbaarheid: na de Russische inval in Oekraïne (2022) en de recente Amerikaanse-Israëlische aanvallen op Iran blijkt hoezeer het continent nog steeds afhankelijk is van fossiele brandstoffen uit instabiele regio’s. Europa importeert rond de 60% van zijn energie; Nederland zit daar boven. Die afhankelijkheid drijft olieprijzen op, bedreigt economische groei en voedt inflatiegevaar.
De logische remedie is bekend: sterker inzetten op energiebesparing en meer lokaal duurzame energie opwekken. In de praktijk stuiten de meest rendabele bronnen — grootschalige zonneweides en windturbines — op veel lokale weerstand. Tegelijkertijd lopen offshore-windparken, waterstofprojecten en netverzwaringen achter en vereist een mogelijke kerncentrale minimaal anderhalf decennium ontwikkeling. Dat knelt concreet op het bedrijventerrein Betterwird in Dokkum: energie-intensieve bedrijven vragen om meer stroom, maar het net kan de extra aan- en afvoer niet aan; het traject naar de benodigde zes tot tien turbines verloopt traag.
Kunstmatige intelligentie wordt gepresenteerd als hulpmiddel voor slimmere energiesystemen en efficiëntieverbetering, maar daarbij sluimert de paradox van Jevons: efficiëntere technologie kan juist tot hoger totaalverbruik leiden. Weerman Peter Kuipers Munneke waarschuwt dat veel AI-rekenkracht nu al voor ‘leukigheid’ (sociale media, video’s) wordt ingezet, terwijl mega-datacenters van Google, Microsoft en QTS in de Kop van Noord-Holland en bij de Eemshaven nu al zoveel elektriciteit verbruiken als 2,6 miljoen mensen — en AI-toepassingen dit verbruik volgens schattingen flink kunnen vermenigvuldigen.
De kernvraag die overblijft: willen we landschap en schaarse duurzame capaciteit inzetten om digitale consumptie te voeden, terwijl fossiele afhankelijkheid en netbeperkingen blijven bestaan? Dit dwingt tot keuzes over prioritering van investeringen, regulering van energie-intensieve digitale diensten en beleid om efficiëntie daadwerkelijk te vertalen naar lagere totale vraag.