Minderheidscoalitie is een moetje. Politiek Den Haag begint aan een ongewis avontuur | LC commentaar
In dit artikel:
D66, VVD en CDA hebben onlangs gekozen voor de vorming van een minderheidskabinet, maar de presentatie oogde meer uit noodzaak dan uit overtuiging. De drie partijen konden onderling geen eensgezinde voorkeur vinden: D66 wilde GroenLinks-PvdA erbij, de VVD zag liever JA21 aan tafel en het CDA stond beide opties open. Door de sterke versnippering van het parlement bleek een robuuste meerderheidscoalitie niet haalbaar, waardoor Den Haag nu een ongewis politiek experiment ingaat.
Het beoogde kabinet beschikt in de Tweede Kamer over 66 van de 150 zetels en in de Eerste Kamer over 22 van de 75, wat betekent dat het in de Senaat telkens steun buiten de coalitie zal moeten zoeken om voorbij de drempel van 38 stemmen te komen. Historisch is dat uitzonderlijk: het laatste Nederlandse minderheidskabinet stamde uit 1939 (Colijn V) en hield het maar twee dagen.
Vergelijkingen met Zweden en Denemarken gaan mank omdat die landen geen Eerste Kamer kennen en hun partijpolitiek sterker in blokken is georganiseerd; in Nederland blijft oppositie vaak echt oppositie en heeft moties van wantrouwen een blijvende rol. Daardoor dreigt het minderheidskabinet veel tijd en politieke energie kwijt te raken aan het smeden van meerderheden per wetsvoorstel. Verwacht wordt dat oppositiepartijen stevige voorwaarden zullen stellen in ruil voor steun, wat leidt tot veel ruilhandel en versnipperde beleidsafspraken.
De kans dat deze formatie vroegtijdig strandt en nieuwe verkiezingen uitlokt, wordt door velen realistisch ingeschat.
Vandaag Inside: D66-staatssecretaris komt te laat bij vragenuur en wordt op de vingers getikt door Kamervoorzitter