'Mijn oma gelooft alles op Facebook': hoe groep 8 leert over deepfakes en AI
In dit artikel:
Op Integraal Kind Centrum Alexia in Leeuwarden volgen groep-8‑leerlingen deze week een praktische les over AI, gegeven door vakdocenten van Mediawegwijs. De organisatie trekt door het land om basisscholen voor te bereiden op de verplichte invoering van digitale geletterdheid — inclusief AI‑vaardigheden — die vanaf augustus 2027 in de kerndoelen staat. Mediawegwijs runt een tweejarig begeleidingsprogramma waarin eerst hun docenten lessen verzorgen, leerkrachten meekijken en in het tweede jaar de rollen omdraaien zodat eigen leraren de stof zelfstandig kunnen geven. Alle lesmaterialen zijn beschikbaar via een online portal met 53 lessen.
Reden voor de inzet is duidelijk: bijna alle kinderen gebruiken al dagelijks AI-toepassingen, maar scholen en ouders missen vaak de kennis om de voordelen en risico’s goed te duiden. “AI is al de praktijk. Scholen móéten hier iets mee,” zegt Ilse Godtschalk van Mediawegwijs. Scholen als IKC Alexia willen leerlingen zowel de positieve kanten laten ervaren als alert maken op manipulatie, desinformatie en privacyrisico’s, aldus directeur Maaike Bosma.
De lessen zijn hands‑on en richten zich op begrippen én op weerbaarheid. In groep 8 bespreken kinderen deepfakes en oefenen ze in het herkennen van nepvideo’s via een Kahoot‑quiz. Praktische opdrachten zoals het tekenen van voorwerpen in Quickdraw en een demonstratie waarin een AI‑model wolven en husky’s verwart omdat het sneeuw als beslissende factor gebruikte, laten zien dat AI overtuigend kan lijken maar niet altijd betrouwbaar is. Een kernles is dat AI liever een antwoord formuleert dan toegeeft dat het iets niet weet — een observatie die helpt bij kritisch gebruik.
Naast leerlingen betrekt Mediawegwijs ook ouders: voorafgaand aan elke workshopweek is er een ouderavond over mediaopvoeding. Ouders worden aangespoord in gesprek te gaan over games, chatfuncties en AI‑manipulatie, omdat jongeren vaak wel met technologie opgroeien maar niet automatisch de gevaren herkennen of hierover openlijk spreken.
Een belangrijk knelpunt is de professionalisering van leerkrachten. Veel docenten hebben tijdens de pabo geen AI‑onderwijs gehad en voelen zich onzeker of de kinderen meer weten dan zij. Het train‑de‑trainer‑model van Mediawegwijs moet die leemte vullen en de integratie van digitale geletterdheid in het reguliere onderwijs bevorderen, zodat het geen losstaand vak wordt maar verweven raakt met andere vakken.
In de klas klinken ook al concrete voorbeelden van gebruik door kinderen: hulp bij Sinterklaasgedichten, ondersteuning bij spreekbeurten en toepassingen op YouTube en Snapchat. Veel leerlingen zien AI vooral als nuttig en leuk, maar onderschatten de risico’s. Docenten proberen daarom ook angsten te nuanceren — veel vragen over ‘robots die de wereld overnemen’ worden beantwoord met uitleg dat AI geen eigen wil of gevoelens heeft en dat mensen regels, ontwerp en controle in handen houden.
Op beleidsniveau betekent de invoering van de nieuwe kerndoelen dat vanaf 2031 de Onderwijsinspectie streng toezicht houdt op de uitvoering. De kerndoelen zijn opgedeeld in praktische vaardigheden, ontwerpen en maken, en participatie in een gedigitaliseerde wereld — met als doel dat kinderen kritisch en verantwoord leren omgaan met digitale technologieën en AI.
Kortom: scholen bereiden zich versneld voor op verplichte AI‑educatie omdat kinderen er al mee leven, leerkrachten training nodig hebben en ouders begeleiding missen. Het traject van Mediawegwijs combineert lespraktijk, oudervoorlichting en opleiding van leraren om kinderen bewuster en vaardiger te maken in een wereld waarin algoritmes een steeds grotere rol spelen.