Mijn naam wordt geheiligd

zondag, 17 mei 2026 (17:29) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

In dit stuk onderzoekt rabbijn en publicist Lody van de Kamp het bijbelse begrip van het heiligen van Gods naam (kiddush Hasjem) en hoe dat in het jodendom zowel als opdracht als verbod kan optreden. Hij wijst erop dat de Tora niet alleen korte, bekende voorschriften bevat maar bij de openbaring op Sinai volgens de traditionele telling 248 geboden en 365 verboden aan het volk gaf. Veel religieuze regels bestaan daardoor uit wat men actief moet doen én juist moet nalaten: bijvoorbeeld dagelijkse gebeden versus het zich onthouden van varkensvlees.

Van de Kamp bespreekt de oude discussie onder geleerden of het heiligen van Gods naam primair een positief gebod is of juist een verbod tegen ontheiliging. Net als bij de sjabbatwetgeving — waar de Tora zowel oproept de sjabbat te gedenken als haar te bewaren — komen positieve en negatieve kanten vaak samen voor: je moet iets verrichten, maar je moet ook bepaalde daden nalaten om de heiligheid te bewaren.

Hij haalt opperrabbijn Ephraim Mirvis aan om dit in de praktijk te illustreren. Recentelijk vonden in een joodse wijk in Londen twee terreuraanslagen plaats: eerst werden ambulances van een joodse vrijwillige hulpdienst vernield, niet veel later werden twee joodse inwoners neergestoken door een dader. Toen de politie de man weg van anderen moest immobiliseren en hij na zijn arrestatie medische hulp nodig had, traden dezelfde vrijwilligers — ondanks het recente geweld en verlies van materiaal — direct naar voren om hem te helpen. Van de Kamp en Mirvis zien dit als een concreet voorbeeld van het heiligen van Gods naam: geen wraak of haat, maar humane zorg zelfs voor een dader, waarmee men ontijdige ontheiliging voorkomt en in feite Gods naam eert, soms zonder dat men dat expliciet als religieuze plicht bedoelt.

De kernboodschap is dat het heiligen van Gods naam in het jodendom meervoudig functioneert: het kan een expliciete opdracht zijn, een verbod om ontheiliging te verhinderen, of een vanzelfsprekende morele daad die de naam van God eer aandoet. Van de Kamp gebruikt het Londense voorval om te laten zien hoe religieuze normen in concrete, maatschappelijke situaties vorm krijgen — en hoe menselijke zorg in moeilijke omstandigheden als een praktische heiliging kan dienen.