Migratiepact zat bijna dertig jaar vast op nationale tegenwerking

dinsdag, 9 juni 2026 (16:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Europees denken over migratie blijft stroef, en de rommel in Nederlandse wetsteksten maakt dat duidelijk. Het Europese Migratiepact werd in april 2024 vastgelegd, maar in Den Haag ontstaat nog steeds intern gekibbel over de uitvoering. De ChristenUnie opende onlangs een discussie in eigen kring die weinig toevoegt, en CDA-fractieleider Henri Bontenbal suggereerde op LinkedIn dat het kabinet samen met Europa de wetgeving had aangepast — een onjuiste weergave, want het zijn de EU-regels die bindend zijn waarvoor Nederland zich moet schikken.

Uiteindelijk zal het kabinet zelf beslissen over de gevolgen in Nederland, en dat moet snel: bepaalde wijzigingen zijn volgens de auteur komende vrijdag 12 juni definitief. Daarbij waarschuwt het stuk dat overgangsrecht tot veel onrecht kan leiden; minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie) krijgt voorlopig het voordeel van de twijfel, maar de politieke vertaling in Den Haag blijft problematisch.

De achtergrond van het huidige debat ligt ver terug: ongelijkheid voortgekomen uit koloniale exploitatie en een gebrekkige, vaak ongelijkwaardige samenwerking met Afrikaanse landen hebben bijgedragen aan grote migratiestromen. Voor veel mensen was langdurig, illegaal verblijf in Europa economisch aantrekkelijker dan armoede thuis. Europese topconferenties met Afrika namen in aantal toe, maar leverden zelden eerlijke, structurele resultaten op. Tegelijk is binnen de EU de scepsis tegen migratie vaak gepaard gegaan met tegenzin tegen ontwikkelingsuitgaven — kort gezegd: eigen volk eerst.

Institutioneel ontwikkelde het EU-migratiebeleid zich stap voor stap: het Verdrag van Amsterdam (1997), het Schengen-kader en de Europese Raad van Tampere (1999) legden de noodzaak vast van een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid binnen de interne markt. Na het Verdrag van Lissabon en de vluchtelingencrisis van 2015 werd duidelijk dat een Europees pact nodig was; in 2016 wist Mark Rutte medestanders te vinden. Toch kostten de onderhandelingen daarop nog tien jaar: lidstaten houden sterk vast aan nationale soevereiniteit en nationale ministeries, waaronder het Nederlandse ministerie van Justitie, vertraagden het proces.

De kern van het migratiepact is helder: maak van 27 losse nationale systemen één Europees systeem om ‘asielshoppen’ tegen te gaan. Nederland wil echter vasthouden aan het label van ‘strengst mogelijk asielbeleid’ en blijft nationale accenten plaatsen op het EU-pact. Volgens de auteur ondermijnt die nationale afstemming de doelstelling om de instroom echt te beperken en vergroot het de kans op ongelijkheid bij de implementatie.