Migchiel (89) uit Leeuwarden had ondanks polio zijn hele leven de drang om naar buiten te gaan
In dit artikel:
„Ha jonge”, riep Migchiel Koldijk uit Leeuwarden vaak tegen voorbijgangers — zo werd hij in de buurt gekend. De levenslustige rolstoelgebruiker, die op 17 januari op 89‑jarige leeftijd overleed, stond bekend om zijn onafgebroken drang om buiten te zijn en zijn onstuimige ritten door stad en land.
Migchiel werd in Baard geboren in een slagersgezin. Op zesjarige leeftijd raakte hij door polio aan beide benen verlamd. Ondanks die beperking maakte hij van jongs af aan duidelijk dat opgesloten zitten niets voor hem was: hij zat op het onderstel van een kinderwagen of gebruikte stokken om een handbediende rolstoel voort te bewegen — een systeem dat inmiddels niet meer wordt gemaakt — en scheurde dagelijks over straat. Na revalidatie in Ons Dorp (Arnhem) leerde hij met een korset en krukken lopen; later vond hij zijn plek bij DOV in Leeuwarden, waar hij zitvolleybal speelde en Anny Heins ontmoette. Het paar trouwde in 1966; samen kregen zij dochter Jantina en zoon Dirk.
Migchiel werkte 33 jaar bij het Provinciaal Elektriciteits Bedrijf en was trots op zijn aangepaste BMW Isetta, die hij al reed voordat hij zijn rijbewijs had. Hij had inventieve oplossingen voor praktische barrières: toen stationsperrons en bussen niet altijd toegankelijk waren, maakte hij zelf een oprijplankje. Zijn favoriete bestemmingen waren onder meer Stavoren, Franeker en Harlingen; soms ging hij heen in de rolstoel en terug met de trein. Als bewoner van het Valeriuskwartier en later van wooncentrum Swettehiem hield hij de bouw van de parkeerkelder aan het Zaailand nauwlettend in de gaten en ergerde zich aan afschermende spandoeken.
De zorg thuis werd zwaar voor zijn vrouw Anny en familie, waarna Migchiel de laatste tien maanden in verpleeghuis Parkhoven doorbracht. Daar kreeg hij na twee maanden een eigen elektrische rolstoel en herwon een deel van zijn wereld: dagelijkse ritjes naar het (Frisius) MCL voor een ijsje, bezoekjes aan de Schrans en de Kruidvat, en uitkijken over Leeuwarden vanaf de hogere verdiepingen. Bekenden herinneren hem vooral als optimistisch en betrokken — „hij had nooit in min sin” — iemand die van iedereen wist waar ze woonden en hoe het met ze ging.
Migchiel laat een nalatenschap na van vindingrijkheid, onverzettelijkheid en een voorkeur om het leven buiten te beleven, ondanks de fysieke beperkingen die hij zijn hele leven droeg.