Midas Dekkers: 'Dat mensen denken: laat die Dekkers maar lullen - ja, dat zou ik ook doen'
In dit artikel:
Woensdagmiddag in Weesperkarspel: langs het oude raadhuis, waar bioloog en schrijver Midas Dekkers (79) woont, rijdt een rij bakfietsen van de nieuwe wijk Weespersluis naar de hockeyclub voorbij. Dat tafereel, aprilzon en geluiden van kinderen, illustreert voor Dekkers één van de grote zorgen uit zijn nieuwste boek Het menselijk tekort (zijn 52ste): overbevolking. Vanuit zijn raam ziet en hoort hij een maatschappij die steeds vaker hetzelfde doet en toch niet doet wat ze zegt te willen veranderen.
Zijn woning — een groot, voormalig gemeentehuis dat meer op een museum lijkt — is volgestouwd met boeken, opgezette dieren, embryo’s in potten en mensenschedels. In de voormalige raadszaal bevindt zich een gevulde vitrinekast die hij beschouwt als stemmingmaker: de objecten brengen hem meteen in de juiste creatieve staat. Dekkers vertelt op kenmerkende, soms gruizige wijze over vondsten en giften: een versteend kalfje, een gemummificeerde kat met een klauwende uitdrukking en twee welpjes uit 1942 die aan zijn verbeelding trekken.
Centraal in het gesprek en in zijn boek staat de menselijke tekortkoming — het ontbreken dat ons drijft. Waar traditionele religies ooit zingeving boden, ziet Dekkers DNA als de nieuwe dwingeland: niet God, maar onze genetica bepaalt veel van wat we doen en nalaten. Dat verklaart volgens hem waarom opvoeding niet alles is; karakter en lot worden vaak meer bepaald door diepgewortelde tekorten: jaloezie, aanleg voor verslaving, een aanleg die niet zomaar met wilskracht of een goede opvoeding uitgewist kan worden. Tegelijk erkent hij de paradox: verlangen is zowel de motor van het leven als de bron van veel destructie. Zonder gebrek geen verlangen, zonder verlangen geen drijfveer — maar teveel willen maakt de wereld kapot.
Dekkers is pessimistisch over de mate waarin zijn waarschuwingen hout snijden. Hij zegt decennialang te hebben gewaarschuwd voor overbevolking en de komst van wereldwijde infecties; de Covid-19-pandemie noemt hij een heldere waarschuwing. Zijn voorspelling: bacteriën en virussen vormen het grootste risico nu roofdieren geen rem meer zijn op menselijke expansie. Mensen zijn volgens hem het ideale transportsysteem voor epidemieën — een beeld dat past bij zijn nuchtere, bijna fatalistische blik op menselijke grootschaligheid.
Persoonlijk komt zijn relativering sterk naar voren in gesprekken over sterven. Hij heeft voortdurend over de dood nagedacht en voelde twee keer dat het "nu" misschien wel zou zijn; eentje daarvan liet hij in Namibië ervaren toen hij in de woestijn zonder water en eten hallucinaties kreeg. Over de dood spreekt hij met gelatenheid en een snufje humor: hij hoopt op een rustige aftocht, en noemt de gedachte om onwetend te sterven ook een zegen — de onzekerheid maakt het leven smakelijker. Tegelijk is hij niet sentimenteel: hij heeft geen kinderen en erkent dat dat zijn kijk op nalatenschap en eindigheid beïnvloedt.
Andere persoonlijke trekjes: hij woont samen met zijn vriendin Ruth Thiadens, slaapt vaak uit en werkt in de middag, deelt zijn leven met alcohol (hij waardeert vooral de uitwerking van jenever) maar schrijft sinds twee decennia nuchter. Zijn familiegeschiedenis is beladen: zijn vader (en stiefvader) waren alcoholist en zijn vijf broers en zussen kregen geen kinderen. Dekkers zelf beschouwt erfelijkheid als een sterke factor in bijvoorbeeld de neiging tot alcoholgebruik.
Als schrijver en publicist is Dekkers een bekende naam: tientallen boeken, 1,5 miljoen verkochte exemplaren, jaren columnist bij Vroege Vogels en maker van tv-programma’s zoals Het ei van Midas. Tijdens het schrijven van Het menselijk tekort vroeg hij zich soms af of dit zijn laatste boek zou zijn; ouder worden brengt volgens hem telkens een nieuw perspectief, maar ook de fysieke moeheid die het werk pleegt te vergezellen.
Praktisch en concreet: twee jaar geleden regelde hij zijn nalatenschap en schonk bijna alles aan dierenbeschermingsorganisaties — Wakker Dier, Faunabescherming en opvanginstellingen voor vogels en egels — uit waardering voor mensen die hun liefde aan dieren geven. Een selectie van zijn verzameling is momenteel te zien in het Drents Museum in de tentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer, naast objecten van andere verzamelaars en kunstenaars; Dekkers’ bijdrage omvat onder meer het eerder genoemde versteende kalfje, een gemummificeerde kat en een menselijk embryo in glas.
Kortom: het portret van een eigenzinnige, scherpdenkenden bioloog-schrijver die collecteert, waarschuwt en filosoofeert over wat mensen drijft — hun genen, hun tekort, hun verlangen — en daarbij een mengeling van pessimisme en levenslust tentoonspreidt die zijn werk en persoonlijkheid doordringt.