'Met onze gezondheid raken we langzaam terug in de middeleeuwen', zegt arts en hoogleraar Schelto Kruijff
In dit artikel:
Schelto Kruijff, oncologisch chirurg en hoogleraar aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), stelt in zijn nieuwe boek Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk dat ziekenhuizen minder bijdragen aan de volksgezondheid dan algemeen wordt gedacht — en dat ze zelf veel onbedoelde schade veroorzaken. Tijdens een gesprek in Groningen legt hij uit dat operatieve wonderen individuele levens kunnen redden (zoals bij niertransplantaties), maar dat zulke interventies de onderliggende oorzaken van ziekte niet wegnemen en dus geen structurele gezondheidstoename voor de bevolking opleveren.
Kruijff wijst op drie grote probleemgebieden. Ten eerste milieu-impact: ziekenhuizen zouden een enorme CO2‑voetafdruk hebben — volgens hem groter dan die van de luchtvaart — en genereren veel afval en medicijnresten die in het afvalwater belanden. Die milieuschade draagt indirect bij aan meer gezondheidsproblemen door klimaatverandering, vervuiling en ecologische achteruitgang. Ten tweede levensstijl en preventie: de echte winst zit volgens hem in maatregelen buiten ziekenhuizen — schonere lucht en water, gezondere voeding, minder roken en vapen, meer preventie op scholen en beleid zoals een suikertaks. Hij bekritiseert het voorschotelen van geneesmiddelen als Ozempic als losse oplossing terwijl de voedingsomgeving schadelijk blijft. Ten derde overbehandeling: veel geld gaat zitten in intensieve zorg in de laatste jaren van leven; artsen hebben moeite behandelingen te staken door professionele plichtsgevoelens en een maatschappij die behandelingen als verborgen verzekering ziet.
Kruijff benadrukt ook culturele factoren: de dood is een groot taboe geworden, waardoor belangrijke gesprekken over reanimatie, IC-opname en grenzen aan ingrepen vaak uitblijven. Hij pleit ervoor zulke gesprekken eerder in gezinnen te voeren en arts-patiëntdialogen meer tijd te geven; dat leidt volgens hem vaker tot bewuste afzien van belastende behandelingen. Hij illustreert dat met voorbeelden uit de kliniek van oudere patiënten die na zorgvuldig beraad liever geen ingrijpende operatie meer wilden.
Praktisch pleit Kruijff voor krimp en heroriëntatie van ziekenhuizen: minder focussen op steeds meer medische innovaties binnen de muren van het ziekenhuis en meer investeren in preventie en duurzaamheid. Hij waarschuwt dat de gezondheidswinst van de afgelopen eeuw onder druk staat — het CBS signaleert dat het aantal gezonde levensjaren in Nederland de afgelopen tien jaar is gedaald — en vindt dat de zorgsector voortrekker moet zijn in verduurzaming, ook al vallen zorginstellingen soms buiten milieuregelgeving.
Kruijff erkent dat verandering sectorbreed moet komen en dat individuele artsen beperkt zijn in wat ze kunnen communiceren tijdens emotionele besluitmomenten; desalniettemin meent hij dat patiënten het recht hebben te weten wat behandelingen kosten — ook ecologisch. Als chirurg die zich bezighoudt met duurzame innovaties en vergroening van het UMCG, combineert hij klinische praktijk met pleidooien voor systemische verandering: minder genezen als enige maatstaf, meer voorkomen en zorg die rekening houdt met mens én planeet.