Met Bonhoeffer in de veertigdagentijd

dinsdag, 24 februari 2026 (09:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Dietrich Bonhoeffer hechtte grote waarde aan de veertigdagentijd. Als jonge student maakte hij in het voorjaar van 1924 samen met zijn broer een meer maanden durende cultuurreis naar Rome. De ervaring van de Stille Week en het paasmysterie op het Sint-Pietersplein, temidden van pelgrims uit de hele wereld, deed hem de breedte en diepgang van de universele kerk beseffen en maakte een blijvende indruk op zijn protestantse gevoelsleven. Bonhoeffer had uit zijn familie bovendien een beladen erfenis mee: een broer was in 1918 gesneuveld en Dietrich droeg diens belijdenisbijbel lange tijd bij zich.

Twee decennia later, gevangen door de Gestapo (27 maart 1944 tijdens de veertigdagentijd), kon hij in zijn koude, kale cel nog steeds de tijdens die Rome-reis beleefde ‘gezongen paasvreugde’ in zijn innerlijk horen. Ondanks het lawaai en de harde omstandigheden gaf die herinnering hem troost en sterkte. In de tussentijd was hij uitgegroeid tot studentenpredikant en leider van een illegale opleiding van de Bekennende Kirche; veel van zijn leerlingen kwamen om tijdens de oorlog, onder anderen bij de verspilde mars op Moskou. Bonhoeffer raakte betrokken bij het verzet tegen Hitler, werd verraden en overleefde de oorlog — net als twee broers en twee zwagers — niet.

Zijn nalatenschap leeft voort in de getuigenissen en brieven die hij vanuit de cel schreef, onder meer aan Eberhard Bethge, waarin hij teruggrijpt op liederen uit de bundel Ein neues Lied die vertrouwen, trouw en het sterven in geloof bezingen. Die herinnering aan liturgie en gemeenschap toont hoe ritueel en geloof hem ook in het ogenblik van gevangenschap hoop en standvastigheid boden. (Tekst van Teunard van der Linden, predikant in Harlingen.)