Merkwaardige vondsten in De Lionserpolder boven Jorwert verbazen archeologen

zondag, 18 januari 2026 (08:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) onderzoeken sinds 2016 de Lionserpolder, een door Natuurmonumenten beheerd weidegebied tussen Jorwert en Leons. In de polder stuitten ze op een opvallende zandlaag die met moderne datering in de negende eeuw terechtkwam — precies de periode van een gemelde stormvloed in 838 na Christus, de vroegst beschreven watersnoodramp in de Lage Landen. Projectleider Rik Feiken noemt de vondst een verrassing: "Voor mij was dit echt een verrassing."

Daarnaast ontdekten de onderzoekers iets unieks: een ongeveer 240 meter lange, harde laag opgebouwd uit honderden kilo’s potscherven. Die scherven werden in de vroege middeleeuwen door terpbewoners gebruikt om een woonheuvel (de terplocatie bekend als Het Eiland of It Oerd) te versterken en uit te breiden na de stijgende invloed van de zee en overstromingen na 838. De fragmenten variëren sterk in ouderdom — sommige stammen uit eeuwen vóór Christus — wat erop wijst dat de middeleeuwse bewoners doelbewust verzameld materiaal gebruikten, mogelijk door oude terp- of woonlagen in de omgeving af te graven. Waarom men zoveel scherven op die schaal inzette, blijft onopgelost: Feiken noemt het een mysterie.

Op en rond Het Eiland vonden de archeologen sporen van minstens tweeduizend jaar bewoning, met vondsten tot circa 400 v.Chr. Uit ingrepen en boringen kwamen onder meer een probable huisvloer met zwarte en rode aardewerkscherven en dierlijke beenderen naar voren. Zaden en pitten wijzen op landbouw met onder meer gerst, vlas en duivenbonen; bijzonder is de aanwezigheid van pluimgierst, een zeldzame vondst in kustterpen. Ook werd een gespleten tak van taxushout gevonden die waarschijnlijk deel uitmaakte van een visfuik.

De graafwerkzaamheden lieten vooral zien hoe ingrijpend de potschervenlaag was: de dicht opeengepakte brokstukken maakten het normaal inmeten van profielen onmogelijk. Om dit te omzeilen namen de onderzoekers grote bodemmonsters die ze droogden en met epoxy verstevigden, zodat ze doorgezaagd en bestudeerd konden worden.

Ruimere landschappelijke sporen bleken even opmerkelijk. Met luchtfoto’s en hoogtekaarten (AHN) werden oude slotenpatronen blootgelegd die mogelijk uit het begin van de jaartelling stammen. Deze greppels en prielen leidden via natuurlijke verbindingen af naar de zee. De RCE vermoedt bovendien dat boeren hier een ‘klepduiker’ — een houten pijp met scharnierende klep — gebruikten om zout zeewater buiten te houden en tegelijk bij eb regenwater af te voeren. Dergelijke systemen tonen een vroeg en verfijnd beheer van het landschap.

Door de combinatie van de bijzondere terpgeschiedenis, het oude slotenstelsel en de zeldzame schervenlaag komt de Lionserpolder in aanmerking voor aanwijzing als archeologisch rijksmonument. De RCE heeft al meerdere publicaties over de vondsten uitgebracht en zal een rapport over de meest recente onderzoeken dit voorjaar op de eigen website publiceren. Feiken laat weten dat er vermoedelijk nog meer interessants in de bodem schuilgaat, maar dat zijn taak afloopt nu het Rijk voldoende gegevens heeft om over verdere bescherming en onderzoek te beslissen.