Mendelssohns Vioolconcert, of de kunst om met frisse oren te luisteren naar overbekend werk
In dit artikel:
Het Vioolconcert opus 64 van Felix Mendelssohn behoort tot de meest gespeelde werken voor viool, naast concerten van Beethoven, Tsjaikovski, Brahms en Bruch. Violist Tim de Vries soleert dit concert op vrijdag 29 mei in Leeuwarden en zondag 31 mei in Lemmer met het Fries Kamerorkest onder leiding van Ronald Slager; in een interview noemde hij het stuk „een highlight in het repertoire”, met reden.
Het concert stamt uit het laatste gedeelte van Mendelssohns korte leven (1809–1847) en zou zijn laatste grote orkestwerk blijken. Hij werkte er ongeveer zes jaar aan en vroeg technisch advies van zijn jeugdvriend en virtuoos Ferdinand David, die uiteindelijk de solopartij bij de première in Leipzig (1845) speelde; Mendelssohn had moeten dirigeren maar was door ziekte verhinderd. Twee jaar later overleed hij op 38‑jarige leeftijd.
Muzikaal combineert het concerto elementen die vertrouwd klinken in Mendelssohns oeuvre: het lyrische tweede deel roept de intieme sfeer van zijn Lieder ohne Worte op, terwijl het virtuoze derde deel herinneringen kan oproepen aan de elfenmuziek uit de Midzomernachtsdroom. Opvallend is de aaneenschakeling van de drie delen — ze gaan zonder duidelijke pauzes in elkaar over — en de bijna directe inzet van de soloviool aan het begin van het eerste deel. Mendelssohn was geen revolutionair; zijn melodieën zijn soepel en soms sentimenteel, wat het risico geeft dat sommige luisteraars het werk te vaak horen. Tegelijk zorgt een live-uitvoering ervoor dat het concerto telkens weer fris en betoverend kan klinken.
Wie de komende week in Leeuwarden of Lemmer aanwezig is, krijgt dus een klassieker te horen die z’n status heeft verdiend door vakmanschap, lyriek en een subtiele dramatiek.