Meisje (6) in coma in ziekenhuis Groningen na stelselmatige kindermishandeling door moeder en vriendin
In dit artikel:
In Stadskanaal (Groningen) voert het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek naar twee vrouwen uit die verdacht worden van ernstige, langdurige kindermishandeling van een 6‑jarig meisje en een 7‑jarig jongetje. De mishandelingen zouden systematisch en georganiseerd zijn geweest: beide kinderen werden geslagen, geschopt, vernederend gestraft (onder meer opgesloten in een kelder) en ernstig verwaarloosd. Sommige misstanden werden ook gefilmd.
Het 6‑jarige meisje is in slechte staat in ziekenhuizen behandeld en lag begin februari zelfs in kunstmatige coma en aan de beademing omdat zij ernstig ondervoed, uitgedroogd en onverzorgd was. Artsen stelden daarnaast vast dat haar gebit zwaar was aangetast. Volgens rechtbankverslagen werd het meisje onder andere vastgebonden met kabelbinders aan leidingwerk in de kelder, langdurig onder koude douches gezet, gedwongen haar eigen braaksel te eten en kreeg ze herhaaldelijk nauwelijks voedsel. Ze had verwondingen in haar gezicht en vertoonde tekenen van ernstige verwaarlozing. De 7‑jarige jongen — zoon van de andere verdachte — zou eveneens zijn mishandeld en getuige zijn geweest van de gruwelijkheden.
De feiten speelden zich grotendeels af in de woning van de vriendin in Stadskanaal. Schoolpersoneel had al vanaf maart vorig jaar signalen van mogelijke mishandeling: het meisje zag er slecht en ondervoed uit, viel in slaap in de klas en vroeg vaak om eten. In november verscheen ze op school met een snee in het hoofd na een klap met een bezemsteel; in februari werd ze spoed opgenomen nadat ze bewusteloos raakte door veelvuldig braken.
Een van de vrouwen heeft volgens rechtbankdocumenten bij de zitting erkend dat ze haar dochter mishandeld heeft, maar zegt dat ze daartoe onder dwang van haar vriendin handelde. Uit het dossier blijkt dat de vriendin sterke controle over haar uitoefende: zij beheerde bankrekeningen en e‑mail, installeerde volgsoftware op de telefoon van het andere slachtoffer en verrichtte aanzienlijke geldtransacties naar zichzelf en kennissen. De kinderrechter ziet aanwijzingen voor “zeer ernstige, georganiseerde, kindermishandeling” en heeft beide vrouwen geschorst in hun ouderlijk gezag.
Nadat de mishandelingen aan het licht kwamen, zijn de kinderen ondergebracht bij gecertificeerde instellingen: Jeugdbescherming Noord (JBN) en de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming kregen tijdelijke voogdij. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht direct om uithuisplaatsing van de 7‑jarige en schorsing van de ouderlijke macht van diens moeder; de kinderrechter ondersteunt die maatregelen omdat het jongetje zowel mishandeling onderging als ooggetuige was van de situatie van het meisje.
Het OM bevestigt het strafrechtelijk onderzoek, maar doet geen nadere mededelingen over de voortgang. Burgemeester Klaas Sloots van Stadskanaal zegt op de hoogte te zijn van de zaak. De zaak en de ernst van de misstanden roepen herinneringen op aan eerdere, vergelijkbare zaken in Nederland (zoals de Vlaardingen‑zaak), en benadrukken volgens betrokken instanties het belang van goed functionerende jeugdbescherming en tijdige signalering door scholen en hulpverleners.