Mei werd volop zomers na ijsheiligenkou
In dit artikel:
Mei eindigde in Friesland warmer, droger en zonniger dan gebruikelijk, ondanks een buiige en relatief koude middenfase van de maand. Diezelfde tendens tekende zich ook voor de hele lente (maart–mei) af.
De maand startte met zomerse maxima rond 23 °C — de eerste warme dag van het jaar — maar dat gebeurde later dan gemiddeld in Leeuwarden. Direct daarop volgden koelere dagen en buien: op 3 mei viel er regen en tussen 11 en enkele daaropvolgende dagen trok een kleine depressie over de Duitse Bocht, met op Vlieland harde windstoten tot 97 km/uur. Rond Hemelvaartsdag (14 mei) kregen buitengoed en evenementen te maken met nat en koel weer; in het noordoosten viel lokaal meer dan 20 mm (Schiermonnikoog 28 mm, Kollum 26 mm). Tijdens opklaringen zakte het kwik ’s nachts lokaal tot onder het vriespunt, waardoor de traditionele ijsheiligen duidelijk voelbaar waren.
Na 20 mei draaide het weerbeeld om door hogedruk boven West- en Midden-Europa: stabiel, droog en veel zon. Op 23 mei werd in Leeuwarden voor het eerst 25 °C of meer gemeten, ruim eerder dan gebruikelijk, en tijdens het pinksterweekend scheen vrijwel ononderbroken de zon. Op 26 mei bereikten veel binnenlandplaatsen temperaturen net boven de 30 °C — de hoogste meitemperaturen in de provincie sinds 2018. Landelijk viel 33,7 °C in Weert op 29 mei als de hoogste meitemperatuur van deze eeuw tot nu toe.
Tegelijkertijd bracht 29 mei lokaal zeer krachtige onweersbuien in het zuiden en zuidoosten van Friesland: heftige neerslag, veel bliksem en soms hagel. In Heerenveen viel in korte tijd ruim 15 mm en werden windstoten gemeld; waarnemers spraken over het heftigste onweer in jaren. Op kleine afstand konden de omstandigheden sterk verschillen: in Drachten bijvoorbeeld bleef het grotendeels droog.
Cijfers: Leeuwarden noteerde een maandgemiddelde van 13,2 °C (norm ~12,2 °C). Het aantal warme dagen (20+ °C) varieerde provinciaal van acht op de Wadden tot dertien in het binnenland, tegen normaal vier tot negen. Neerslag was regionaal ongelijk verdeeld — Formerum op Terschelling bleef het droogst met 28 mm, Kollum was het natst met 67 mm — en het provinciegemiddelde kwam uit op circa 48 mm (norm ~53 mm). Zonneschijn op vliegbasis Leeuwarden: 272 uur, ruim boven normaal maar minder dan vorig jaar.
Voor de lente als geheel geldt dat Leeuwarden een gemiddelde temperatuur van 9,9 °C noteerde, ruim een graad boven de huidige norm en ongeveer 2,5 °C hoger dan een halve eeuw geleden gangbaar was — een indicatie van de opwarming ten opzichte van vroegere klimaatomstandigheden. De lente was ook aan de droge kant (provinciaal ~102 mm tegenover ~147 mm normaal) en zonniger (741 zonuren in Leeuwarden vs. 583 normaal).
De verwachting voor begin juni is wisselvallig met normale temperaturen overdag van ongeveer 17–21 °C; vergelijkbare starts in voorgaande jaren gingen soms over in warme zomers.