Mei in snoad ferlechje lekker sjen nei 'M*A*S*H'

zaterdag, 28 februari 2026 (21:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Als kind zat Jaap Krol steevast voor de televisie: vaste woens- en zaterdagmiddagen, een avondblok van zeven tot acht en soms nog laat in het weekend met een schaaltje paprikachips en een glas fris. De late avondprogramma’s waren voor volwassenen, mysterieus en aantrekkelijk, en Krol ontwikkelde een trucje om daar stiekem naar te kijken door te melden dat hij niet kon slapen en zo onder het mom toch naar beneden gestuurd te worden.

Veel van die heimelijke kijkuren gingen naar M*A*S*H, de komische televisieserie over een Amerikaans veldhospitaal tijdens de Koreaanse oorlog. Voor het jonge Krol was de serie vooral sfeer: lichte humor, herkenbare routines, blote voeten op de bank en het laatste handje borrelnootjes — geen concretisering van oorlogsvreemte of trauma. M*A*S*H leek een exoot, een kamp ver weg waar het leven eigenlijk best leuk was.

Pas recentelijk zag Krol voor het eerst de film waarop de serie is gebaseerd, Robert Altmans M*A*S*H (1970). Die confrontatie brak het nostalgische kinderbeeld open. De openingsscènes — hulpeloze, beschadigde lichamen in de helikopters op de klanken van Suicide is Painless — lieten hem de ernst en broosheid van het leven zien. Wat in de tv-serie jarenlang een komische achtergrond was geweest, kreeg in de film de heftigheid van verlies en verdriet; een beeld dat in zijn beleving bijna als een moderne piëta werkte.

Krols korte reflectie toont hoe mediaconsumptie van jeugdige onschuld tot volwassen inzicht kan verschuiven: programma’s die je als kind vooral prettig en onschuldig vond, kunnen bij herziening de harde werkelijkheid en emotionele lading van hetzelfde onderwerp blootleggen. Jaap Krol, opgegroeid in Beetstersweach en nu woonachtig in Groningen, gebruikt die ervaring om te benadrukken dat herinneringen en mediabeelden onze voorstelling van oorlog lang kunnen versluieren.