Mei eindige door zomerse eindsprint warmer dan normaal, net als de rest van de lente

woensdag, 3 juni 2026 (10:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Mei sloot in Friesland uiteindelijk af als warmer, droger en zonniger dan gebruikelijk, ondanks een periode met koude buien rond de ijsheiligen half mei. Ook de hele lente kwam duidelijk boven het langjarig gemiddelde uit.

De maand startte met de eerste 20+-dag van het jaar, maar daarna volgde een wisselvallige periode. Rond 11 mei stak op Vlieland een stormachtige wind op met een zwaarste windvlaag van 97 km/uur; in de week rond Hemelvaartsdag (11–14 mei) viel op veel plaatsen regen, soms met hagel en onweer, en in het noordoosten viel op 14 mei lokaal meer dan 20 mm. Door een noordelijke stroming was het toen met maxima rond 11–13 °C opvallend fris — de ijsheiligen maakten zich dit jaar dus voelbaar.

Na 20 mei schakelde het weer om: hoge druk boven West- en Midden-Europa bracht rustiger, droger en veel zonniger weer. Fietsers tijdens de Elfstedentochtachtige evenementen hadden op 25 mei volop zon. Op 23 mei registreerde Leeuwarden de eerste zomerse dag (25+ °C), enkele dagen eerder dan normaal; later in de maand, op 26 en 29 mei, liep de temperatuur in beschutte binnenlandlocaties zelfs boven de 30 °C. Dat waren de hoogste meitemperaturen in de provincie sinds 2018; het record voor Friesland blijft 32 °C (Akkrum, mei 1922).

Op 29 mei trokken onweersbuien over het zuidelijke deel van de provincie met korte, hevige buien, veel bliksem en lokaal hagel. Waarnemers omschreven dit als het heftigste onweer in een decennium; bij Heerenveen viel bijvoorbeeld ruim 15 mm neerslag in een kwartier.

Cijfers samengevat: het provinciale maandgemiddelde kwam op 13,3 °C (norm circa 12,5). Aantal warme dagen varieerde van acht op de Wadden tot dertien in het binnenland (normaal vier tot negen). Neerslag was met circa 48 mm iets onder normaal (53 mm); Terschelling was met ~30 mm het droogst, rond het Lauwersmeer viel het meeste (~65 mm). Op vliegbasis Leeuwarden scheen de zon 272 uur, ruim boven het normale aantal van 232 uur.

Voor de lente als geheel bedroeg het gemiddelde 10,0 °C — ongeveer 1 °C warmer dan het huidige normaal en ruim 2 °C hoger dan wat een halve eeuw geleden gebruikelijk was. De lente was tevens droger (circa 102 mm tegenover 147 mm normaal) en zonniger dan gemiddeld. Deze cijfers sluiten aan bij de bredere trend van geleidelijke opwarming over decennia.