Meeste jongeren in het Noorden zijn honkvast. 'Braindrain is een mythe'

vrijdag, 20 februari 2026 (07:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool (de Talentmonitor) laat zien dat het gangbare beeld van massale vertrekgolven uit Noord-Nederland niet klopt: de meeste jongeren blijven in de provincie waarin ze zijn opgegroeid. Landelijk woont driekwart van de jongeren nog in dezelfde provincie; voor Groningen meldt het onderzoek 77%, voor Fryslân 68% en voor Drenthe 58% (afhankelijk van de gehanteerde meetmethode liggen sommige leeftijdsspecifieke cijfers iets anders, bijvoorbeeld 85% van 28‑jarige Groningers blijft in de provincie).

Op gemeentelijk niveau bestaan grote verschillen. Iets meer dan de helft van de 28‑jarigen woont nog in dezelfde gemeente als waar zij op hun 16e woonden. In het Noorden scoren Emmen (65%), Leeuwarden en de stad Groningen (beide 64%) bovengemiddeld; opvallend is ook Ameland, waar 60% van de jongeren op 28‑jarige leeftijd terugkeert of blijft. Tynaarlo, Schiermonnikoog en Aa en Hunze verliezen relatief de meeste jongeren (ongeveer 70% vertrekt), al speelt bij eilanden de kleine steekproef mee.

Grote steden houden jongeren beter vast dan plattelandsgebieden, wat deels samenhangt met studiekeuzes: vertrek voor opleiding verlaagt de kans op terugkeer. Algemene trends tonen dat latere generaties (millennials, Gen X) minder vaak in hun opgroeigemeente blijven dan cohorten geboren tussen 1980–1990. Ook landelijke voorbeelden laten variatie zien: Urk heeft de meeste blijvers (80%), Bloemendaal de minste (14%), waarschijnlijk door hoge huizenprijzen.

De onderzoekers gebruikten CBS‑data om te zien of mensen op hun 28e nog in dezelfde gemeente wonen als op hun 16e; de precieze beweegredenen blijven onduidelijk. Wel zijn factoren als opleidingsniveau belangrijk—mbo‑gediplomeerden zijn doorgaans honkvaster, universitaire alumni vertrekken vaker en keren minder terug—naast woning- en arbeidsmarktcondities, regionale kenmerken (zoals taal in Fryslân) en peer‑effecten.

De conclusie: er is geen grote braindrain uit het Noorden zoals soms wordt gesuggereerd. Voor gemeenten bieden deze cijfers houvast om gerichtere strategieën te ontwikkelen om te behouden wie ze willen behouden en terugkeer te bevorderen.