Mediastudenten over de macht van AI, 'Blijft er voor ons nog wel werk over?'
In dit artikel:
Zes hbo-studenten en een mbo-student van de Media Innovatie Campus (MICA) in Leeuwarden praatten recent met elkaar over de impact van kunstmatige intelligentie op toekomstige mediamakers: kansen, risico’s en hoe je AI verantwoord kunt inzetten. De groep varieert in leeftijd en studiejaar — van 18‑jarige mbo-student Gijs tot vierdejaars hbo’ers als Marit Boomstra (Communication & Multimedia Design), Jay Beyer en Thomas van der Sluis (beide Creative Business) — en weerspiegelt uiteenlopende ervaringen: van starters met een eigen bedrijf tot nieuwkomers in het vak.
Opvattingen over AI lopen sterk uiteen. Een deel ziet AI als bedreiging voor authenticiteit en makerschap; Marit en Jay vinden dat kunst menselijk moet blijven en dat AI vooral voortbouwt op bestaand werk. Anderen, zoals Thomas en Rico Oppenhuizen, zien AI als praktisch gereedschap dat creativiteit kan versterken en toegankelijker maken voor kleine bedrijven. Thomas gebruikt AI regelmatig als startpunt voor commercials en benadrukt het belang van goede prompts en het toevoegen van eigen creativiteit. Rico vergelijkt AI met een hamer: het blijft een architect (de mens) nodig om iets waardevols te bouwen.
Ethische en maatschappelijke zorgen spelen een belangrijke rol in het gesprek. Studenten noemen deepfakes, desinformatie en de milieubelasting van datacenters. De groep debatteert over of AI hier anders is dan bestaande techreuzen; Rico stelt dat infrastructuur en privacyvraagstukken al bestonden bij Google en sociale media, maar erkent het terechte milieupunt. Voor journalistiek ligt de lat strenger: velen vinden dat gebruik van AI bij nieuwsverhalen altijd transparant gemaakt moet worden en dat onderzoeksjournalistiek juist belangrijker wordt om misleiding tegen te gaan. De NOS wordt door studenten genoemd als voorbeeld van een organisatie die transparant omgaat met AI.
Praktische beperkingen van AI kwamen ook naar voren: foutieve beelden (zoals handen met te veel vingers) en het feit dat systemen vaak ontworpen zijn om te “pleasen” in plaats van zuiver te informeren. Studenten delen strategieën om betrouwbaarheid te vergroten: door door te vragen aan AI, bronnen te controleren, en waar nodig een disclaimer te plaatsen. Sommigen waarschuwen tegen afhankelijkheid en het vormen van sociale relaties met technologie — dat geeft te veel macht aan techbedrijven.
Werkgelegenheid is een grote zorg: zes van de zeven zeggen dat ze zich zorgen maken over het verdwijnen van banen in de creatieve sector; Thomas is de uitzondering en ziet juist kansen voor goedkope, toegankelijke diensten die nieuwe doelgroepen bedienen. Ook noemen studenten de ondoorzichtige markt voor AI-tools (welke techpartij draait er achter?) en het gebrek aan echte keuze voor consumenten wanneer AI steeds standaard geïntegreerd wordt in systemen.
Tot slot denken de studenten dat hun generatie mogelijk een voorsprong heeft doordat ze er nu in geschoold worden, maar benadrukken ze unaniem dat kritisch denken en transparantie onmisbaar blijven. AI biedt kansen, maar verantwoordelijk gebruik, duidelijke regels en waakzaamheid tegen desinformatie zijn cruciaal om die kansen zinvol en ethisch te benutten.