Mede-eigenaar Harry Elzinga van Fries Congrescentrum Drachten wil af van 'voorkeursrecht' gemeente
In dit artikel:
Harry Elzinga, mede-eigenaar van het Fries Congrescentrum, gaat in hoger beroep bij de Raad van State tegen het voorkeursrecht dat de gemeente Smallingerland op het complex heeft gelegd. Eerder wees de bestuursrechter in Groningen zijn beroep af.
Smallingerland heeft het eerst recht van koop nadat het een bod van 5,2 miljoen afwees; de gemeente wil het pand op termijn slopen en er woningen bouwen. Het complex diende tot oktober als crisisnoodopvang voor vluchtelingen. Elzinga stelt dat er in 2023 al een mondelinge koopovereenkomst bestond met projectontwikkelaar Jan Jacob Breimer voor ongeveer 6 miljoen euro, maar daarvan is geen schriftelijk bewijs. Co-eigenaar Willem Veenstra, die vorig jaar overleed, is inmiddels opgevolgd door zijn weduwe en dochters, die ontkennen dat er ooit een deal was.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor misbruik van het voorkeursrecht en zei dat het ontbreken van bewijs en het feit dat de gemeenteraad niet op de hoogte was van een eerder bod, Elzinga’s zaak niet sterker maken. Ook Breimer verloor bij de rechtbank; die oordeelde dat hij geen direct belanghebbende was. Beide mannen tekenen beroep aan bij de Raad van State. Kort gezegd draait het geschil om de vraag of de gemeente haar aankooprecht terecht inzet om herontwikkeling mogelijk te maken, tegen claims van een vermeende eerdere koopovereenkomst zonder papieren bewijs.