Mear jild nei kultuer, want der is wat yn te heljen
In dit artikel:
Het particuliere bedrijfsleven pompt steeds meer geld in de klassieke muziek, maar dat lost niet automatisch het structurele probleem op dat theater- en muziekonderwijs op lokaal niveau uitholt. Als voorbeeld noemt de auteur het Concertgebouworkest dat in oktober in de Ziggo Dome optreedt onder de noemer “Bijzonder groots”: twee shows met filmmuziek en één uitvoering van Beethovens Negende, met het Nationaal Gemengd Jeugdkoor en een geplande meezingfinale voor zo’n 15.000 bezoekers. De productie is tot stand gekomen in samenwerking met organisatoren en sponsors als Mojo Concerts, Booking.com, Magnum en ING.
Dergelijke samenwerkingen leveren kassasucces en broodnodige inkomsten op voor grote instituten. Tegelijkertijd waarschuwt de schrijver dat publiek-private financiering vaak gepaard gaat met bezuinigingen aan de voorkant: muzieklessen verdwijnen uit dorpen en scholen, zelfstandige muziekdocenten raken geïsoleerd, en de structurele basis voor muzikale vorming slinkt. Het orkest zelf doet veel goed — recent werden bijvoorbeeld zeven concerten voor meer dan 10.000 kinderen gegeven — maar die activiteiten compenseren volgens de auteur niet volledig het verlies van lokaal onderwijs en amateurcultuur.
De schrijver illustreert de maatschappelijke waarde van kleinschalig muzikaal leren met persoonlijke herinneringen aan lokale muzieklessen en familieleden die zingen en spelen. Hij pleit ervoor dat hogescholen en conservatoria meer moeten inzetten op kwaliteit in plaats van onderlinge competitie om buitenlandse studenten. Ook vraagt hij zich af of gemeenten, provincies en het Rijk (en eventueel filantropen) niet ruimhartiger moeten investeren in regionale organisaties — bijvoorbeeld Seewyn in Waadhoeke — om de achterstand in muziekeducatie weg te werken.
Abe de Vries, schrijver en journalist bij het Friesch Dagblad, benadrukt kortom dat commerciële spektakels waardevol zijn, maar geen vervanging mogen worden voor structurele publieke steun aan muziekonderwijs en lokale cultuurvoorzieningen.