Mbo-docent Jeroen uit Stiens zette smartphones in de kluis: 'Een moeder had haar dochter weer terug'

donderdag, 16 april 2026 (19:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Mbo-docent Jeroen de Jong uit Stiens initieerde in 2019 het experiment April op Stil: een digitale detox waarbij docenten en studenten hun smartphones tweeënhalve week inleverden en het met een eenvoudige Nokia moesten doen. Het idee ontstond nadat leerlingen tijdens een les mediawijsheid beweerden moeiteloos weken zonder telefoon te kunnen; De Jong wilde die bewering testen. Met een symbolische ceremonie (gepland door fotograaf Ritzo ten Cate) gingen de telefoons in een kluis en begon wat deelnemers later omschreven als verrassend rustige weken.

Deelnemers ontdekten dat afspraken maken, lessen volgen en ontspannen zonder constant naar het scherm te grijpen minder dramatisch was dan gedacht. Terugkeer naar de normale situatie maakte indruk: een moeder zei bij het ophalen van haar dochter dat ze haar “weer terughad”, omdat het familieleven bewuster en gezelliger werd zonder continue notificaties. Ook bleek de vrees om wezenlijke berichten te missen ongegrond: de meeste meldingen bleken triviaal (een student miste bijvoorbeeld alleen een verzoek of hij chips wilde meenemen naar een feest).

Het succes leidde tot plannen voor opschaling in 2020: meer deelnemers, lesmodules en steun van bestuurders. Die ambitie stokte echter door de coronapandemie. Contactloos leven maakte de smartphone onmisbaar voor onderwijs, betalingen en sociale contacten, zodat De Jong niet langer kon zeggen “telefoon in de kluis”. Hij organiseerde later kleinschaliger variant “Stil wanneer ik wil”, maar de energie van het eerste project ebde weg. Zelf merkt hij dat zijn schermtijd sinds 2019 sterk is toegenomen: apps en digitale diensten zijn intussen verweven met bijna alles wat je doet.

Niettemin nam bewustwording toe; de mbo‑instelling Firda voerde onlangs officieel beleid in onder de noemer ‘Scherm uit, focus aan’, gebaseerd op advies van een Firdaberaad van 120 studenten, docenten en medewerkers. De Jong prijst de stap, maar is kritisch: hij vreest dat vrijwillige afspraken onvoldoende zijn tegenover de aandachtssporende technieken van Big Tech en vergelijkt het met het adviseren van matiging bij een verslaving.

Behalve zorgen signaleert De Jong ook positieve kanten van mobiel gebruik: jongeren vinden mindfulness‑apps, starten online ondernemingen of onderhouden betekenisvolle contacten via sociale media. Tegelijk ziet hij problematische trends: pogingen om snel geld te verdienen met crypto, handel in goedkope importgoederen en betaalde dates met ‘sugardaddies’, en een afname van face‑to‑face gesprekken omdat jongeren vooral via hun scherm met anderen verbonden zijn.

Oud‑student Lydia Nijmeijer blikt positief terug op haar deelname: zij miste wel honderden berichtjes en een nieuwsfeit over familie, maar beleefde vooral rust, las meer en werd zich bewuster van hoe telefoons sociale momenten onderbreken. In haar werk als jongerenwerker gebruikt ze die ervaring om in gesprek te gaan over telefoongebruik — bewust zonder moraliserende toon, omdat dat snel averechts werkt.

April op Stil was in 2019 zijn tijd vooruit; De Jong hoopt dat de combinatie van schoolbeleid, overheid en maatschappelijke discussie nu het momentum maakt om serieus met smartphonegebruik om te gaan.