Marijke (58) en Klaas (74) zijn pleegouders van Ipek (30): 'Verhalen over misstanden raken mij diep'
In dit artikel:
Bijna 20.000 kinderen wonen in Nederland in een pleeggezin; een van hen was Ipek Steenbeek (nu 30). Ze werd 25 jaar geleden als ongeveer vijfjarig meisje door de politie uit een crisissituatie gehaald en in eerste instantie tijdelijk ondergebracht bij Marijke (58) en Klaas (74) Steenbeek, die op hun boerderij in Bontebok (Friesland) al jarenlang pleegkinderen opvangen. Die tijdelijke opvang werd permanent: Ipek bleef en groeide op in het gezin dat haar een stabiele thuisbasis bood.
Marijke vertelt dat ze uit eigen ervaring wist wat het betekent om geen veilige jeugd te hebben — ze groeide op met een alcoholverslaafde vader en besloot als tiener dat ze later pleegkinderen wilde helpen. Samen met haar man bouwde ze bijna dertig jaar aan een pleeggezin waar beschadigde kinderen tijd en aandacht krijgen om te herstellen. Ipek kwam met veel trauma’s: de scheiding uit haar oorspronkelijke gezin verliep heftig, waardoor ze angstig reageerde op politie, moeite had met hechting en regelmatig wegliep of voortdurend bang was dat verzorgers zouden vertrekken. De Steenbeeks legden de nadruk op geduld en continuïteit; ze wilden niet “voor de helft” helpen maar een volledige, langdurige relatie aanbieden.
Op het platteland van Friesland vonden Ipek en de andere pleegkinderen ruimte om te spelen en op te bloeien: meehelpen op de boerderij, buiten zijn, naar school gaan en vriendschappen opbouwen. Klaas benadrukt zijn praktische betrokkenheid — van het troosten na teleurstellende ontmoetingen met Jeugdzorg tot het aanpakken van pesterijen op school. In de beginjaren kreeg Ipek te maken met discriminerende opmerkingen en moest Klaas eens een klasgenoot opzoeken om excuses te laten maken. Het echt gezinsgevoel versterkte: Ipek wilde zelfs de achternaam Steenbeek aannemen, iets wat het echtpaar mogelijk maakte.
Het gezin erkent dat pleegzorg niet altijd zonder risico’s is: zij hebben ook kinderen opgevangen die uit wanhoopsituaties kwamen en soms ontregelend gedrag vertoonden, tot dreiging aan toe. Daarnaast raken nieuwsberichten over misstanden in de pleegzorg hen diep; ze hebben zelf kinderen gezien die afkomstig waren uit slechte pleeggezinnen. Desondanks blijven zij overtuigd dat veel kwetsbare kinderen baat hebben bij een liefdevol, stabiel thuis en de tijd om vertrouwen op te bouwen.
Een belangrijke ontwikkeling in Ipeks leven was het recente herstel van contact met haar biologische moeder. Ooit veroorzaakte een brief met een onbekende foto boosheid en afstand, maar na een eerste ontmoeting werden bij Ipek veel puzzelstukjes gelegd. Marijke en Klaas waren erbij toen moeder en dochter elkaar weer zagen; de biologische moeder bedankte hen op Ipeks verjaardag voor het grootbrengen van haar dochter. Voor het pleeggezin is dat bevestiging van hun inzet: niet bedoeld om ouders te vervangen, maar om kinderen te helpen groeien en, waar mogelijk, verbroken banden te herstellen.
Het verhaal van Ipek en de Steenbeeks illustreert zowel de moeilijkheden als de waarde van pleegzorg: trauma en weerstand vragen tijd en vaste zorg, maar met geduld, betrokkenheid en een veilige omgeving kunnen kinderen zich ontwikkelen en herstel vinden.