Marcel Mandos is 25 jaar artistiek leider van het Noord Nederlands Orkest: 'Als je je oren sluit voor je omgeving, ga je als orkest niet winnen'

maandag, 5 januari 2026 (10:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Marcel Mandos is sinds vijfentwintig jaar artistiek leider van het Noord Nederlands Orkest (NNO), het regionale orkest voor Fryslân, Groningen en Drenthe met thuisbasis in Groningen. In die periode transformeerde hij een volgens hem aanvankelijk "vastgeroest" gezelschap tot een flexibeler, publiekgericht orkest door het repertoire en de programmering stevig uit te breiden. Mandos, van huis uit hoboïst en later student culturele musicologie, stelt dat concertbeleving emotie oproept en dat het orkest zich daarom bewust moet verhouden tot de maatschappij rondom het podium.

Onder zijn leiding introduceerde het NNO concerten rond maatschappelijke thema’s, programma’s gewijd aan vergeten of vernieuwende componisten (zoals Alma Mahler en de uitdagende Vierde symfonie van Ives) en opdrachten aan jonge componisten (onder meer protestsongs rond honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog). Mandos zette ook vroeg in op populaire vormen: het orkest was een van de eerste die filmmuziek systematisch programmeerde en volgde dat later op met gamemuziek — aanvankelijk bescheiden bezoekersaantallen, maar uiteindelijk nieuwe, vaste publieksgroepen. Hij experimenteerde bovendien met crossoverprojecten, zoals optredens met DJ Armin van Buuren en een recent succesvolle samenwerking met zanger/gitarist Devin Townsend, waarvan tienduizenden kaarten in korte tijd verdwenen.

Mandos benadrukt dat dit geen capitulatie naar amusement is. Hij ziet het orkest niet primair als entertainmentbedrijf, maar wil met toegankelijke programmering mensen naar het symfonische geluid leiden en tegelijk het klassieke repertoire levend houden. Traditionele meesterwerken — hij noemt de Sacre du printemps en Mahler — blijven onvervangbaar, maar volgens hem moeten orkesten ook “symfonisch” denken over nieuwe muziek en nieuwe publieken. Het doel is niet elke populaire compositie op gelijke artistieke hoogte te plaatsen, maar het orkest als instrument relevant te houden en bruggen te bouwen tussen genres.

De eerste jaren waren niet eenvoudig: een vergrijsd, behoudend orkest en interne weerstand tegen zijn ideeën zorgden voor spanningen. Succes kwam gaandeweg toen projecten uitverkochte zalen en jonge luisteraars trokken; wat aanvankelijk op scepsis stuitte, werd later door veel andere orkesten gevolgd. Mandos zegt zelf niet veel veranderd te zijn, maar hij blijft zich verfrissen door nieuwe muziek te beluisteren, musea te bezoeken, te reizen en contact te houden met jongere generaties — ook via zijn vier dochters.

Hij wil voorlopig aanblijven tot zijn pensioen over zo’n zeven jaar. Zijn motivatie blijft dezelfde: creativiteit en het vermogen om niet alleen nieuwe ideeën te bedenken, maar ze ook organisatorisch te realiseren. Voor Mandos is de kernopdracht van een orkest zowel artistiek als maatschappelijk: de symfonische traditie bewaren, én haar betekenis voor heden en toekomst voortdurend vernieuwen.