'Madama Butterfly' en een aria om bij weg te smelten
In dit artikel:
Giacomo Puccini’s Madama Butterfly blijft een van de ontroerendste opera’s in het repertoire, en één aria uit dat werk staat bekend als tranentrekkend: Un bel di, vedremo. Het verhaal draait om de jonge Japanse Cio-Cio-San, die op vijftienjarige leeftijd trouwt met de Amerikaanse marineofficier Pinkerton. Hij verleidt haar, belooft terug te komen en vergeet haar zodra hij terug in Amerika is; zij wacht jarenlang in blind vertrouwen en verliest ten slotte zowel haar droom als de voogdij over haar zoontje, waarna ze in zelfmoord eindigt. De plot legt de pijnlijke spanningen van koloniale verhoudingen en westerse hypocrisie bloot.
De opera ging in première in La Scala in Milaan op 17 februari 1904, en bevestigde Puccini’s status naast eerdere successen als Manon Lescaut, La bohème en Tosca. Hoewel Puccini zichzelf naast groten als Wagner en Verdi zag, heeft zijn muziek een eigen, onmiskenbare emotionele kracht.
Recente uitvoeringen blijven fascineren. De Armeens-Litouwse sopraan Asmik Grigorian wordt genoemd als een van de meest ontroerende Cio-Cio-San van het afgelopen decennium; haar live-opname met de Metropolitan Opera uit 2024 wordt geroemd om haar timbre en overtuigingskracht, en vooral om het hartverscheurende crescendo rond de drie minuten vijfenzeventig seconde. Vergelijkingen met legendes als Maria Callas wijzen op verschillende kwaliteiten: dramatische intensiteit versus geloofwaardige jong-naïeve vertolking. Abe de Vries (Friesch Dagblad) belicht in zijn bespreking hoe juist die combinatie van muziek en dramatiek Madama Butterfly tot een blijvende, pijnlijke klassieker maakt.