Maart gaf veel zacht en zonnig lenteweer
In dit artikel:
Maart in Friesland eindigde guur, maar overall was het een zachtere, drogere en zonnigere lentemaand dan gebruikelijk. De maand begon onder invloed van een uitgestrekt hogedrukgebied van Zuid-Scandinavië tot de Balkan, waardoor met een oost- tot zuidelijke wind langdurig zachte lucht werd aangevoerd. Al op 2 maart steeg het in het binnenland naar circa 15 °C en op 5 maart werd in Leeuwarden 17,1 °C gemeten — uitzonderlijk vroeg in het seizoen. De eerste tien dagen waren zelfs de warmste eerste decade van maart sinds 1900; de vliegbasis noteerde een gemiddelde van 8,1 °C tegen het oude record van 7,6 °C uit 1989 (normaal 4,8 °C). Het zachte weer zorgde voor voortijdige bloei, vlinders en drukke terrasjes.
Rond de 11e veranderde het weerbeeld doordat oceaandepressies van de gebruikelijke route IJsland–Scandinavië kwamen. Fronten brachten afwisselend regen en harde wind; op Vlieland werd op 13 maart een windstoot van 100 km/u geregistreerd. Rond 15 maart trad op veel plaatsen lichte vorst op. Van 18 tot 24 maart hield een hogedrukgordel van de Britse eilanden tot Rusland depressies op afstand; bij noordwestelijke wind was het vaak droog en zonnig met overdag 13–16 °C, maar ’s nachts kon het binnenland licht onder nul zakken.
Een diepe depressie op 24 maart maakte korte metten met het lenteweer. Regen en stormachtige wind keerden terug (weer 100 km/u windstoten op Vlieland), en op 26 maart drongen hagel- en nattesneeuwbuien het land binnen met dagmaxima rond 6–7 °C. In de nacht van 29 op 30 maart viel lokaal veel regen met onweer; in Nes (Ameland) werd 16 mm gemeten. Het weer stabiliseerde uiteindelijk op de laatste dag van maart.
Maandcijfers: Leeuwarden kwam tot een gemiddelde temperatuur van 7,3 °C (normaal 5,5 °C). De zon scheen 213 uur (norm circa 150 uur), en de provincie ontving gemiddeld 43 mm neerslag (norm 53 mm). Regionale verschillen waren beperkt; Zuidoosthoek en Ameland kregen 50–55 mm, west en midden minder dan 40 mm. Vorst bleef beperkt: aan de kust geen vorst, in het binnenland 5–6 vorstdagen (normaal 6–10). Opvallend was dat de laatste decade kouder verliep dan de eerste — iets dat gemiddeld eens in de vijf à zes jaar voorkomt.
Vooruitblik: april begint droog, rustig en tamelijk fris. Rond Pasen kan het oplopen naar circa 14 °C en de eerste week lijkt niet veel neerslag te brengen; dinsdag 7 april ziet er momenteel als een aangename lentedag uit.