Maak het verhalen van schade makkelijker voor slachtoffers | opinie
In dit artikel:
Caroline de Groot uit Warten reageert op het pleidooi van advocaat Tjalling van der Goot (LC 26 januari) om bij overvolle gevangenissen meer in te zetten op langere werkstraffen en enkelband. Zij voegt daaraan toe dat slachtoffers van strafbare feiten vaker directe schadevergoeding zouden moeten krijgen van daders.
De Groot erkent dat de positie van slachtoffers de afgelopen decennia is verbeterd — denk aan het spreekrecht, slachtofferverklaringen en mogelijkheden om zich in het strafproces te voegen — maar stelt dat de praktijk tekortschiet. Veel aangiftes worden nog steeds geseponeerd met als reden capaciteitsgebrek bij politie en OM. Als een zaak wél wordt opgepakt, blijken alleen eenvoudige schadevorderingen kansrijk bij de strafrechter. Het Openbaar Ministerie communiceert nog vaak per post, waardoor voegingsformulieren soms niet goed bij het digitale dossier terechtkomen.
Materiële schade vereist meestal een factuur of offerte; immateriële ongemakken — gederfde gebruikswaarde, tijdverlies, emotionele impact bij bijvoorbeeld fietsdiefstal — blijven meestal onvergoed omdat smartengeld in de praktijk voorbehouden is aan zwaardere delicten. De Groot betoogt dat een ruimhartige genoegdoening door de dader, eventueel in termijnen, slachtoffers meer helpt dan een korte gevangenisstraf en bovendien de dader langdurig met de gevolgen van zijn daad confronteert, wat mogelijk preventief werkt.
Ze wijst op het coalitieakkoord Jetten I (2026–2030), waarin staat dat het kabinet het schadeverhaal voor slachtoffers wil vereenvoudigen via normering, standaardbedragen, meer ruimte voor collectieve vorderingen en een aparte, laagdrempelige procedure naast het strafproces. De Groot juicht deze richting toe en roept op om daadwerkelijke verbeteringen door te voeren zodat slachtoffers sneller en rechtvaardiger worden gecompenseerd.