Maaien, maaien en minder bemesten
In dit artikel:
Pyt Hellinga uit Jirnsum verhuurt al dertig jaar zijn voormalige weilanden sinds hij moest stoppen met melkveehouden. Waar vroeger strak geëgaliseerde percelen stonden voor maximale opbrengst, groeit nu plaatselijk weer kruidenrijk grasland en is er ruimte voor plas-dras die weidevogels aantrekt. Hellinga noemt zichzelf half grappend een afvalverwerker omdat zijn grasland nu ook wordt gebruikt om mest administratief af te zetten, maar hij ziet duidelijk meer insecten en vogels rondvliegen sinds de ingrepen.
Ecologie-adviseur Jaap Zuidersma van gebiedscoöperatie It Lege Midden begeleidt ruim twintig boeren in de overgang naar kruidenrijke graslanden. Hij legt uit dat kruiden vooral gedijen op arme bodems: te veel voedingsstoffen bevorderen snelle grassoorten die kruiden verdringen. Op één perceel werd daarom rigoureus de bovenlaag verwijderd en 40 cm klei afgegraven, waardoor de bodemarmere omstandigheden terugkeerden en soorten als echte koekoeksbloem, scherpe boterbloem en rode klaver konden uitgroeien.
Zuidersma hanteert een indeling van weilanden in typen (0–4) naar gras- en kruidendominantie en telt soorten per blok van vijf bij vijf meter. Op veen wordt vaak de gestreepte witbol dominant, op klei de grote vossestaart en op zand de dravik — elk vraagt een andere aanpak. Maatregelen zijn onder meer streng maaibeheer, tijdelijk stoppen met bemesten en soms grootschalig afgraven; gemiddeld duurt het vijf jaar voordat een veld voldoende kruiden heeft, maar het kan langer duren.
De praktijken botsen soms met weidevogelbeheer: om kruidenrijkdom te stimuleren moet er vroeg in het voorjaar gemaaid worden, terwijl vogels juist baat hebben bij laat maaien. Financieel is er verbetering: ontwikkelpakketten voor boeren die percelen omvormen zijn recentelijk gelijkgetrokken met vergoedingen voor al kruidenrijke percelen, een wijziging die Zuidersma terecht vindt gezien het extra maaien en werk dat de omschakeling vereist.
Voor boeren zoals Hellinga geldt dat veranderingen alleen doorgaan als ze praktisch uitvoerbaar en acceptabel zijn. Toch ziet hij en anderen in de regio, waaronder Sippie Miedema van Noardlike Fryske Wâlden, het herstel van kruidenrijk grasland als winst voor insecten, weidevogels en beleving van het landschap.