Luciënne Boelsma uit Idskenhuizen over de eerste honderd dagen als Kamerlid
In dit artikel:
Luciënne Boelsma (CDA), 53 en afkomstig uit Idskenhuizen, verruilde het gemeentehuis van De Fryske Marren voor de Tweede Kamer en kijkt na bijna honderd dagen terug op de eerste indrukken en uitdagingen. Als voormalig wethouder wil ze vooral bruggen bouwen en samenwerken, en moet ze wennen aan het soms theatrale media‑gerichte karakter van de Haagse politiek — een bezoek aan Terschelling illustreerde dat: collega’s bleven poseren voor camera’s terwijl zij al in de bus zat.
In de Kamer behandelt Boelsma portefeuilles zoals de Wadden, infrastructuur, water & bodem, visserij en maritieme zaken, openbaar bestuur en de Friese taal. Haar werkkamer in Den Haag is versierd met Friese spullen; toch verdeelt ze haar tijd tussen Haag en boerderij: doorgaans werkt ze dinsdag tot en met donderdag in de Kamer en houdt ze vrijdag en weekenden vrij voor huisbezoeken, voetbal en kerk in de gemeente om de band met inwoners te behouden. Vier opgroeiende zoons maken het thuisritme gemakkelijker.
Boelsma omschrijft haar beginperiode als leerproces: waar in de lokale politiek beslissingen per agendapunt werden genomen, vereist Kamerwerk brede thematische afwegingen en zelf kiezen waar de focus ligt. Een belangrijk speerpunt is het beter vertalen van de aanbevelingen uit het rapport ‘Elke regio telt’ naar concreet beleid. Ze wil dat verdeelsystemen — nu vaak afhankelijk van inwonertal of projectomvang — eerlijker uitpakken voor plattelandsregio’s en denkt na over de instrumenten (motie, initiatiefvoorstel of anders) om daarin verandering te brengen.
Politiek samenwerken ziet ze als haalbaar: commissievergaderingen ervaart ze als overwegend constructief en er is ruimte voor wisselende meerderheden, al erkent ze dat bezuinigingskeuzes gevoelig liggen. Boelsma zoekt nog naar haar eigen inbreng op dossiers, maar benadrukt het belang van nabijheid tot haar achterban terwijl ze haar rol in Den Haag verder uitbouwt.