Lossen vrachtwagen gaat mis voor Jan (24) uit Echtenerbrug. 'Uw zoon is overleden bij een ongeval'

zondag, 4 januari 2026 (08:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Jan Fekken (24) uit Echtenerbrug overleed op maandag 13 januari 2025 tijdens het lossen van veevoer bij een melkveebedrijf aan de Vuchterstraat in Maria Hoop (Limburg). Tijdens het klaarmaken van de achterkant van zijn vrachtwagen schoot een ijzeren laadklep naar beneden en trof hem op het hoofd; hij was ter plaatse dood. Zijn moeder Sandra kreeg het nieuws enkele uren later van twee politieagenten aan de deur.

Jan en zijn moeder hadden een hechte band; ze wisselden vaak korte appjes uit zoals „Doe voorzichtig, ik hou van jou” en „Komt goed mem, hou ook van jou”. Vrijdagen waren vaste momenten waarop Jan terugkwam naar huis om samen te eten en te wandelen met hond Hunter. Na zijn overlijden is Sandra intensief bezig met rouwverwerking: ze bezoekt wekelijks zijn graf, draagt diens levensmotto „You only live once” voort en heeft zijn kist naar huis laten vervoeren op de vrachtwagen waar hij mee reed.

De Arbeidsinspectie kwalificeerde het incident als een „noodlottig ongeval” en heeft het onderzoek gesloten. Die conclusie sluit een strafrechtelijke vervolging van de voormalige werkgever uit, maar laat civielrechtelijke stappen onverlet. Sandra heeft letselschade-advocaat Ronald Spoelstra ingeschakeld en voert momenteel gesprekken met de verzekeraar van het vervoersbedrijf over een mogelijke schadevergoeding. Volgens Spoelstra heeft een werknemer in principe recht op compensatie bij schade tijdens werk, tenzij de werkgever kan aantonen dat er opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer was of dat de werkgever alle redelijke veiligheidsmaatregelen heeft genomen; die bewijslast rust op de werkgever.

Sandra zegt dat Jan eerder melding maakte van onregelmatigheden aan de achterkant van de vrachtwagen en dat ook collega’s hadden gewaarschuwd. Na zijn dood zijn er aanpassingen gedaan aan die delen van de vloot, maar volgens haar hadden die wijzigingen veel eerder doorgevoerd moeten worden. Vanuit het bedrijf waarin Jan werkte bleef het lange tijd stil over de toedracht; er werd wel een bloemstuk gestuurd en de uitvaartkist werd vervoerd met Jans vrachtwagen, maar verder ontbrak volgens Sandra communicatie en uitleg.

Het ongeval krijgt betekenis in een bredere zorgwekkende context: de Arbeidsinspectie meldde dat in de eerste zes maanden van het jaar al veertig mensen zijn omgekomen tijdens werkactiviteiten — een stijging ten opzichte van 52 dodelijke slachtoffers in heel 2024. Rob Paumen, hoofd Arbeidsomstandigheden, noemde die toename „aanzienlijk” en zorgwekkend. De inspectie zegt de jaarcijfers later te zullen publiceren.

Sandra verlangt naar transparantie en volledige inzage in alle rapporten en foto’s van de fatale dag en zegt vastberaden te zijn de zaak niet los te laten. Juridisch ligt het traject nu in civielrechtelijke onderhandelingen en mogelijk een schadeclaim; procedurele stappen en de inhoud van de onderzoeken zullen bepalen of er financiële aansprakelijkheid richting de werkgever volgt. Voor Sandra blijft de belangrijkste kwestie echter persoonlijk: waarom haar zoon en of zijn dood voorkomen had kunnen worden.