Loskrijgen van duurzame projecten steeds lastiger: FSFE investeert minder dan gehoopt
In dit artikel:
Het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE) heeft in 2025 voor 7,9 miljoen euro geïnvesteerd in duurzame projecten in Friesland, blijkt uit het onlangs gepubliceerde jaarverslag. Dat bedrag ligt onder de vooraf gestelde doelstelling van 10 miljoen euro. In totaal ging het om financiering van veertien projecten.
Directieleden Michel Hendriks en Pieter van der Berg noemen meerdere oorzaken voor de achterblijvende uitgaven. Het fonds moest veel tijd steken in het weer op gang helpen van lopende projecten, zoals de vergister bij de Dairy Campus (Biogas Leeuwarden), waar nieuw management is aangetreden. Ook lopen vergunningstrajecten vaker en langer dan verwacht, waardoor een hele reeks projecten tijdelijk stil ligt.
Specifiek staan er vergistingsprojecten ter waarde van circa 40 miljoen euro “on hold”, waarvoor het FSFE ongeveer 14 miljoen euro zou bijdragen zodra de procedures zijn afgerond. Daarnaast loopt er discussie binnen de provincie over de beleidsruimte voor grote batterijprojecten; vijf batterijprojecten van aanzienlijke omvang wachten nog op duidelijkheid, waarbij individuele bijdragen rond de 3 miljoen euro kunnen liggen.
De pijplijn met nieuwe aanvragen blijft gevuld maar is minder vruchtbaar dan eerder: er komen minder grote zonneparkprojecten en minder aanvragen uit energiecoöperaties binnen. Daardoor ontbreken momenteel de grote investeringen zoals de recente 7,5‑miljoenbijdrage aan zonnepark De Dolten bij Heerenveen; zulke ‘klappers’ zijn voorlopig niet te verwachten.
Een bijkomende beperkende factor is dat de provincie bij de verlenging van het fonds tot 2034 de maximale bijdrage per project terugbracht van 7,5 naar 5 miljoen euro. Dat beperkt het FSFE’s slagkracht — zo moest in een geval de gemeente bijspringen voor een zonnepark in Skûlenboarch.
Het fonds houdt vast aan de doelstelling van 10 miljoen per jaar en meldt een pijplijn met ongeveer 32 miljoen euro aan mogelijke financieringen. Men rekent erop dat hernieuwde aandacht uit landelijke en lokale politiek de vraag naar regionaal kapitaal voor duurzame energie weer kan aanwakkeren.