Lokaal wint, ChristenUnie verliest en wat er verder opvalt aan de Friese uitslagen van de raadsverkiezingen

donderdag, 19 maart 2026 (18:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Lokale en nieuw-rechtse partijen boekten bij de gemeenteraadsverkiezingen in Friesland grote winst, terwijl veel traditionele en progressieve partijen verlies leden. In tien van de achttien Friese gemeenten werd een lokale partij de grootste; provinciebreed haalden lokale lijsten zo’n tien zetels meer binnen dan bij de vorige verkiezingen.

Sterke lokale resultaten: Opsterlands Belang werd met 36,5% veruit de grootste in Opsterland. Better foar Tytsjerksteradiel (een voortzetting van BVNL) bereikte 19,8% en eindigde vlak achter het CDA, en Liberaal Noardeast-Fryslân scoorde 14,1% met campagne tegen de komst van een asielzoekerscentrum (azc).

CDA herpakt zich deels: Het CDA herwon terrein en komt in Fryslân uit op 71 raadszetels, acht meer dan in 2022 maar nog steeds negen minder dan in 2018. De partij is nu de grootste landelijke partij in de provincie, met de sterkste plus in Noardeast- en Súdwest-Fryslân, Harlingen en Ameland. Tegelijkertijd verloor het CDA zetels in enkele gemeenten zoals Achtkarspelen, Dantumadiel en Opsterland.

Opkomst van nieuw-rechts: Nieuw-rechtse partijen (PVV, FVD, JA21, BBB) deden in meer Friese gemeenten mee en behaalden gezamenlijk ongeveer 25 zetels extra ten opzichte van vier jaar geleden (inclusief BVNL in 2022). FVD kreeg meerdere keren drie zetels (onder meer Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Súdwest-Fryslân, Weststellingwerf) en werd op sommige plaatsen een factor van belang. BBB verscheen nieuw in Waadhoeke met drie zetels en scoorde ook elders. JA21 haalde alleen in Leeuwarden twee zetels. In bepaalde gemeenteraden vormen nieuw-rechtse fracties bijna een vijfde tot een kwart van de stoelen.

Liberalen en progressieven: De VVD bleef ongeveer stabiel met 37 zetels (+1 ten opzichte van 2022). D66 boekte een lichte groei naar 19 zetels. De fusiepartij GroenLinks–PvdA kreeg echter zware klappen: van een gecombineerd 75 zetels in 2022 naar 52 nu — de grootste verliezer in Fryslân — met zeer grote verliezen in Leeuwarden en Heerenveen. Ook lokale progressieve combinaties lieten wisselende resultaten zien.

ChristenUnie en FNP verliezen: ChristenUnie verloor acht van haar 26 Friese zetels, met forse terugval in traditionele bolwerken als Smallingerland en Noardeast-Fryslân. Mogelijke oorzaken zijn stemmenverlies richting CDA, SGP of nieuw-rechtse partijen. De Fries-nationalistische FNP leed eveneens een nettoteruggang van zo’n acht zetels ten opzichte van de vorige keer; uitslagen varieerden sterk per gemeente. De FNP bleef wel grootste partij in De Fryske Marren en groeide in Achtkarspelen, maar kelderde zwaar in Waadhoeke (van zes naar twee zetels), mogelijk vanwege onvrede over lokale energieplannen.

Fragmentatie en opkomst: De 18 Friese gemeenteraden tellen straks 141 fracties, twee meer dan voorheen; versplintering nam dus maar beperkt toe. Leeuwarden en Weststellingwerf kennen de grootste toename in partijen. In bijna alle gemeenten lag de opkomst hoger dan vier jaar geleden (uitzonderingen: Harlingen, Terschelling, Schiermonnikoog). Schiermonnikoog noteerde de hoogste opkomst (76,1%), op de vaste wal was dat De Fryske Marren (60,5%). Landelijk lag het gemiddelde rond 53,7%.

Kort samengevat tonen de verkiezingen in Friesland een versterkte rol voor lokale en nieuw-rechtse partijen, een lichte opleving voor het CDA, en aanzienlijke verlieslijnen voor GL-PvdA, ChristenUnie en deels de FNP — ontwikkelingen die vooral door lokale issues en verschuivende kiezersvoorkeuren lijken te zijn gedreven.