Lody Roembiak settelde in Leeuwarden: 'Ik ga hier niet meer weg'

dinsdag, 24 maart 2026 (19:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Lody Roembiak (geboren 18 mei 1969 in Leiden, opgegroeid in Den Haag) keerde na een omzwervende profcarrière uiteindelijk terug naar en bleef wonen in Leeuwarden. Zijn eerste kennismaking met SC Cambuur was in januari 1991: als 21‑jarige huurder van Sparta Rotterdam reed hij voor het eerst over de Afsluitdijk naar het Noorden, raakte even verdwaald rond het Europaplein en vond snel zijn plek bij de club en haar aanhang. Hoewel hij na twee jaar weer vertrok, bleef Cambuur hem aantrekken en voelde hij zich er altijd het meest gewaardeerd.

In de jaren daarna speelde Roembiak bij diverse Nederlandse en buitenlandse clubs: FC Zwolle, De Graafschap, Antalyaspor (waar hij de eerste speler met een Nederlands paspoort was), BV Veendam, FC Aarau, Werder Bremen en Waldhof Mannheim. Die periode in het buitenland leverde hem mooie ervaringen en een goed salaris op, maar betekende ook veel verplaatsen en weinig vaste grond. Daarom voelde een terugkeer naar Leeuwarden in 2001 als thuiskomen; hij sloot zijn profloopbaan twee jaar later, in 2003, af.

Privéverbanden speelden mee in zijn binding met de stad: zijn vrouw Monique komt uit Leeuwarden, en dat maakte de band met de plek sterker. Roembiak prijst de kleinschaligheid en de samenhang van de Friese hoofdstad en van Cambuur: in grote clubs voelde hij zich soms een ’nobody’, terwijl hij in Leeuwarden veel meer waardering ervoer en zich onderdeel van de lokale gemeenschap wist.

Na zijn spelersloopbaan koos hij deels een nieuw pad buiten het professionele voetbal: al meer dan twintig jaar werkt hij in de jeugdzorg en met jongeren, een carrièreswitch die hem veel voldoening geeft. Tegelijk bleef voetbal een belangrijk onderdeel van zijn leven. Hij is actief als trainer van het onder‑19-team van amateurclub Leeuwarder Zwaluwen op sportpark Nijlân en is daar meerdere dagen per week aanwezig. De kantine en de omgang met mensen op en rond de velden vormen voor hem een belangrijke sociale en ontspannende factor; later ziet hij diezelfde gezichten vaak weer terug in het Kooi Stadion bij Cambuur‑wedstrijden.

Roembiak reflecteert dat hij misschien meer financieel uit zijn carrière had kunnen halen als hij elders was blijven springen, maar dat had hem niet naar Leeuwarden gebracht. Voor hem is de cirkel nu rond: hij voelt zich thuis in de stad, geniet van de grachten en de rust in het centrum, en zegt resoluut dat hij er niet meer weg zal gaan. Zijn verhaal illustreert hoe sportieve successen en carrièrekeuzes kunnen samenvallen met persoonlijke worteling en een voorkeur voor gemeenschap boven grootschalige roem.