Liever dierlijk dan plantaardig eten | opinie
In dit artikel:
Klaas Sjoerd Meekma reageert op een opiniestuk van Extinction Rebellion (Dirk Kuiken) waarin FrieslandCampina wordt aangespoord over te schakelen op plantaardige vervangers omdat zuivel en vlees zogenaamd inefficiënt zouden zijn en schadelijk voor klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. Meekma ontkracht die stelling en pleit voor het belang van dierlijke producten voor voeding, landbouwgrond en boeren.
Historisch gezien aten mensen grotendeels dierlijk voedsel; pas sinds de landbouw (ongeveer 10.000 jaar) nam plantaardig voedsel toe. Meekma wijst erop dat bewerkte plantaardige producten — koek, snacks, frisdrank, sauzen en veel namaakproducten — een belangrijke oorzaak zijn van hedendaagse chronische ziektes zoals obesitas en type 2-diabetes. Hij noemt de voedingskritiek van onderzoeksjournalist Gary Taubes om te ondersteunen dat suikers en zetmeel uit plantaardig voedsel grote gezondheidsrisico’s vormen. Grote voedselbedrijven zetten goedkope grondstoffen (tarwe, maïs, soja) om in zeer bewerkte, vaak verslavende producten, wat het gezondheidsprobleem verergert.
Wat milieu en landbouw betreft stelt Meekma dat goed begraasd grasland juist CO2 vastlegt in organische stof en bijdraagt aan vruchtbaarheid, terwijl intensieve akkerbouw vaak leidt tot degradatie en zwaarder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Efficiënte akkerbouw is bovendien beperkt tot de beste, goed bewerkbare gronden; die zijn vaak afhankelijk van mest uit de veehouderij. Herkauwers kunnen marginale gronden benutten en vormen zodoende een schakel in mondiale voedselvoorziening. Ook recyclen dieren reststromen van de voedselindustrie (bijvoorbeeld bierbostel en sojaschroot) tot hoogwaardige voeding, wat anders tot verspilling en hogere kosten zou leiden.
Meekma erkent dat niet alle bedrijven of boerderijen foutloos opereren en dat verbeteringen noodzakelijk zijn waar dierenwelzijn tekortschiet. Tegelijk relativeert hij het beeld dat veehouderij per definitie rampzalig is voor biodiversiteit en klimaat, en waarschuwt dat een massale overstap naar plantaardige namaakproducten schadelijk zou kunnen zijn voor gezondheid, bodemkwaliteit en het bestaan van boeren, en desastreus voor zuivelbedrijven als FrieslandCampina.
Conclusie: volgens Meekma moeten zuivelproducenten en boeren blijven produceren zoals nu, gecombineerd met verbeteringen waar nodig, in plaats van te investeren in grootschalige overgang naar plantaardige vervangers. De veehouderij ziet hij als onmisbaar voor voedingswaarde, bodembeheer en het sluiten van kringlopen in de voedselketen.