Liefst weet ik at ik begin te skriven niet wer't 't eandige sil | column Gerard de Jong

dinsdag, 30 december 2026 (10:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op de bank, tussen zware eindejaarskranten, raakt de schrijver geërgerd omdat uitgever Mediahuis het voor de FNP onmogelijk zou hebben gemaakt een nieuwjaarswens in de Leeuwarder Courant te plaatsen (artikel 27 december). Die weigering roept bij hem het grotere thema op van de marginalisering van minderheidstalen — en van het Bildtse dialect dat hem dierbaar is.

Hij overweegt even een column te schrijven, maar haalt zich ervan terug: het onderwerp voelt al beslist en het moeilijkste deel van een stuk is beginnen. Zijn partner (M.) leest hem daarop een stukje van Merijn de Boer uit Trouw voor, over het probleem spullen wegdoen. De persoonlijke bezittingen vormen, zo beschrijft De Boer, als een museum van iemands leven: ze brengen herinneringen terug en bewaren de tijd in materie. Dat resoneert sterk met de schrijver, voor wie herinneringen, tijd en spullen wezenlijk samenhangen.

Hij had zich voorgenomen tijdens de korte winterdagen de dozen uit de tijd van de Bildtse Post op te ruimen — die krant stopte in juni, alweer vijf jaar geleden — maar het lukt niet om echt aan het werk te gaan. Als hulpmiddel bestelt hij een boek over tijdsperceptie (Rewinding the master’s clock) dat een alternatieve blik biedt: in plaats van tijd enkel als eenrichtingspijl zijn er ook cyclische of gelijktijdige visies die kunnen helpen bij beslissen wat te bewaren en wat los te laten.

Uiteindelijk blijven de Bildtse Post-dozen voorlopig in zijn werkkamer staan; hoe lang dat 'voorlopig' duurt hangt samen met iemands gevoel voor tijd. Het stuk verbindt onvrede over media‑besluiten met persoonlijke reflecties over behoud, verlies en de manier waarop tijd zich in spullen nestelt.