Leeuwarden krijgt een urilift en ik had geen idee | column Asing Walthaus
In dit artikel:
Leeuwarden krijgt een zogenoemde urilift — geen paranormale stunt van Uri Geller en ook geen medische ingreep — maar een verzinkbaar, roestvast openbaar urinoir dat tijdens uitgaansuren bovengronds komt en daarna weer in de grond verdwijnt om wildplassen te beperken. De term bestaat al sinds circa 2000 en de uitvinder van het mechanisme is Marco Schimmel uit Apeldoorn; zijn ontwerpen staan onder meer bij het Paleis op de Dam en bij Paradiso, waar eens een lift onverwacht uitschoot en een scooter de lucht in stuurde (toen bleek het niet aan de urilift te liggen). De auteur probeerde Schimmel te bereiken maar kreeg geen reactie en mijmert over alternatieve, minder keurig klinkende benamingen die het niet geworden zijn: de term urilift is blijven hangen.
Op een literaire bijeenkomst in Neushoorn signaleerde de schrijver twee andere recente taal- en cultuurfenomenen. Ten eerste “brunaficering”: bibliotheken die massaal in korte tijd meerdere exemplaren van actuele, veelbesproken titels aanschaffen — waardoor de brede collectie aan variatie soms onder druk komt te staan doordat voorkeur uitgaat naar de boeken die op lijstjes en in de media voorkomen. Ten tweede “translanguaging”: het bewust mengen van talen in één tekst of gesprek. De columnist merkt dat dit al dagelijks gebeurt — denk aan citaten in het Fries, Engelse zinnen of Latijnse spreuken — en dat er nu pas een vakterm voor bestaat.
De column eindigt met de gedachte dat het leuk zou zijn om urilift, brunaficering en translanguaging in één spitsvondige afsluiter samen te brengen, maar dat voor zulke nieuwe woorden de taal daarvoor nog tekortschiet.