Lees met een open hart, adviseert Gerda van de Haar: 'Stel het rationele begrijpen even uit'

dinsdag, 17 maart 2026 (19:29) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Gerda van de Haar (1965), literatuurwetenschapper met achtergrond in theologie en filosofie, promoveerde recent aan de Universiteit Leiden op een studie naar hoe literatuur werkt, aan de hand van de vroege romans van de Joodse schrijver Marcel Möring. Haar centrale stelling: bij het lezen gaat het niet alleen om feiten, plot en thematiek, maar vooral om wat een boek met je doet — de stemmingen en diepere gevoelslagen die het oproept. Ze pleit ervoor dat de literatuurwetenschap en leespraktijk meer aandacht krijgen voor dit ‘affectieve’ aspect, naast de gebruikelijke analytische benadering.

Van de Haar raakte in de jaren negentig sterk onder de indruk van Mörings In Babylon, een ballingschapsroman met gefragmenteerde herinneringen van verschillende personages en tijden. In zulke teksten, betoogt zij, werkt Möring impliciet op een gevoelstoestand: subtiele beschrijvingen van licht, kleur en geluid (bijvoorbeeld het gedreun van een goederentrein) laden scènes emotioneel op en kunnen bij lezers associaties met historische trauma’s (zoals deportaties) oproepen. Daardoor ontstaat een gestuurde ervaring van verlies, rouw of verlangen, zonder dat de auteur expliciet dicteert wat de lezer moet voelen.

Van de Haar gebruikt het begrip ‘bevindelijkheid’ om deze grondstemmingen te beschrijven — geen vluchtige emotie, maar een fundamentele manier waarop iemand in de wereld staat. Ze verbindt die literaire bevinding met klassieke en filosofische tradities: Aristoteles’ catharsis als voorbeeld van loutering via kunst, en Heideggers Befindlichkeit als filosofische duiding van stemming. Ook maakt ze gebruik van recente inzichten van de Leidse filosoof Gerard Visser over gestemdheid.

Haar eigen leesgeschiedenis illustreert waarom aandacht voor ervaring belangrijk is. Als kind leerde ze lezen aan tafel waar ze bij haar ouders de Bijbel voorlas; later herinnerde ze een moment in de oude groentetuin — in de halfschaduw, omringd door hommels — waarin het simpele besef “wat is alles groen” een intense, niet helemaal verwoorde ervaring opleverde. Zulke ‘bevindingen’ wil ze herkennen en bespreekbaar maken in omgang met literatuur: wat heeft het boek met jou gedaan, welke stemmingen ontwikkelden zich tijdens het lezen? Pas daarna verdient een nauwkeurige tekstuele analyse de ruimte om te onderzoeken hoe die stemmingen in het verhaal worden opgebouwd.

Praktisch advies van Van de Haar voor lezers en leesgroepen: lees eerst met een open hart, signaleer en bespreek de ervaren stemmingen, en verbind die persoonlijke reacties vervolgens aan tekstuele middelen. Ze waarschuwt niet tegen rationele analyse, maar wil de affectieve laag terugplaatsen in het centrum van literaire interpretatie: goede romans verdiepen je levensbewustzijn en nodigen uit tot een overgave aan ervaring, waardoor je bij nieuwe zelfinzichten of ‘bevindingen’ uitkomt.

Publicatie: De affectieve plot. Over de vroege romans van Marcel Möring. Gerda van de Haar. Gompel & Svacina. €39,90.