Landbouwminister Van Essen moet bij stikstof voorlopers belonen | LC commentaar
In dit artikel:
Het nieuwe kabinet onder leiding van landbouwminister Jaimi van Essen (D66) wil het Nederlandse stikstofbeleid rigoureus omgooien: niet langer moet de berekende stikstofneerslag in natuurgebieden (o.a. via het omstreden Aerius‑model en de kritische depositiewaarde) centraal staan, maar de daadwerkelijke stikstofuitstoot van landbouwbedrijven. Doel is dat de landelijke emissie in 2035 gemiddeld 44% lager ligt dan in 2019; regionale doelen worden vertaald naar individuele bedrijfsdoelen, waarbij boeren vrij zijn in de keuze hoe ze die reductie realiseren (techniek, meer agrarisch natuurbeheer of extensivering).
De grote belangenorganisaties LTO en NAJK juichen de aanpak toe omdat ze het vakmanschap van de boer wil benutten. Tegelijk waarschuwt de krant dat de uitvoeringsdetails cruciaal zijn: een éénvormig kortingspercentage per boer kan als onrechtvaardig ervaren worden en verdelen. Historische voorbeelden—zoals de melkquotering van 1984 en de latere fosfaatregeling na 2015—laten zien dat algemene maatregels ook groepen troffen die niet de hoofdveroorzakers waren; alleen door politieke lobby (onder meer Netwerk Grondig) werden sommige circulaire en biologische bedrijven uiteindelijk vrijgesteld.
Er dreigt nu opnieuw tweedeling tussen boeren die al in stikstofreductie investeerden of werken volgens een stikstofarme, circulaire bedrijfsvoering en bedrijven die dat niet deden. De minister moet snel helderheid geven over hoe doelsturing wordt ingevuld en of voorlopers worden beloond, bijvoorbeeld met lagere reductiepercentages, om onrechtvaardige lasten en verzuurde verhoudingen in de sector te voorkomen.