Lagere straffen in zicht in oplichtingszaak Thecla Bodewes door jarenlange vertraging
In dit artikel:
Drie mannen die in 2019 waren veroordeeld voor de voorschotfraude op scheepsbouwer Thecla Bodewes, krijgen in hoger beroep kans op lagere straffen omdat een deel van de feiten is verjaard door een zeven jaar durende vertraging. Dat kwam woensdag aan de orde bij het gerechtshof in Zwolle.
De zaak draait om betalingen uit 2013, toen Bodewes bijna 600.000 euro overmaakte in de verwachting dat een vermeende Libanese miljonairsfamilie via de Engelse Pro Investment Group (PIG) financiering zou regelen voor de overname van scheepswerf De Volharding in Harlingen. Betrokken waren een inmiddels 74‑jarige man uit Assen die als tussenpersoon fungeerde, een 40‑jarige oud‑Heerenvener (juridisch adviseur) en een 68‑jarige man uit Burgum. In maart 2013 ging eerst 400.000 euro naar het bedrijf Adfinicon van de Heerenvener; 227.000 euro zou contant zijn overgedragen aan de vermeende investeerders, maar dat geld raakte zoek. Kort daarna volgde nog een betaling van 178.000 euro die via een snackbarrekening in Leeuwarden liep en ook contant werd gemaakt. De beloofde lening werd nooit verstrekt.
De rechtbank veroordeelde de drie in juni 2019 tot celstraffen tussen zes en twaalf maanden, met de conclusie dat Bodewes door een “samenweefsel van verdichtsels” tot betalingen was bewogen. Door het langdurige hoger beroep is inmiddels een deel van de tenlastegelegde feiten verjaard, waardoor de strafmogelijkheden zijn beperkt.
Tijdens de zitting stelden de verdachten uit Heerenveen en Burgum zich minder goed van gebeurtenissen te herinneren en wezen ze vooral naar de zieke Assenaar, die wegens gezondheidsproblemen en tegenstrijdige eerdere verklaringen niet aanwezig was. De advocaat van de Heerenvener schilderde zijn cliënt als een onervaren ondernemer die vooral praktische klussen deed rond het contant maken van geld en zelf zwaar is benadeeld; hij vroeg vrijspraak voor witwassen en verduistering. De verdediging van de Assenaar noemde hem een doorgeefluik en wees erop dat hij in een civiele procedure al was veroordeeld tot terugbetaling van 578.000 euro, waarvan na schikking 250.000 euro is betaald.
Het Openbaar Ministerie handhaaft het oordeel uit eerste aanleg maar houdt rekening met de procesduur in de strafeis: zes maanden gevangenisstraf voor de Assenaar (met aftrek), en 240 uur taakstraf voor zowel de Burgumer als de Heerenvener. Daarnaast eist het OM terugbetalingen: circa 86.000 euro van de Heerenvener en ongeveer 90.000 euro van de Burgumer. De rechtbank doet uitspraak op 17 juni.
Achtergrond: langlopende civiele en strafprocedures bij voorschotfraude laten zien hoe moeilijk het is om contant geldstromen en tussenpersonen te reconstrueren, zeker na jaren en bij gezondheidsproblemen van verdachten.