Laatste drie schelpenvissers wachten op vergunningen. 'Onze familiebedrijven gaan zo failliet'

donderdag, 11 juni 2026 (19:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De drie overgebleven schelpenzuigbedrijven — Waddenzee BV (Harlingen), Rousant (Zoutkamp) en Testamare (Yerseke) — mogen sinds dit jaar niet meer op de Waddenzee en de Noordzeekustzone werken omdat noodzakelijke vergunningen uitblijven. Eigenaar Liesbeth Bolt zegt: „We zijn de wanhoop nabij.” De familiebedrijven, sommige generatiesoud, vrezen faillissement nu de periode 2026–2028 al is aangebroken zonder nieuwe toestemmingen.

De schelpenzuigers zuigen lege kleischelpen (vooral kokkels) van de zeebodem. Die schone schelpen worden onder meer gebruikt voor fietspaden door Friese gemeenten, voor de Waddeneilanden en voor toepassingen zoals vogelbroedeilanden, dijkversteviging, kippenvoer en bestrijding van bodemverzuring. Een deel van de voorraad in Harlingen komt uit diepere delen van de Noordzee en is minder geschikt voor paden; die vindende afzetmarkt zorgt voor extra verwarring omdat natuurorganisaties tegelijk afnemer én tegenstander zijn van de vergunningen.

De juridische blokkade loopt al jaren. Sinds 2019 voeren de Waddenvereniging en Natuurmonumenten procedures tegen de natuurvergunning; de rechtbank vernietigde die vergunning omdat ecologische effecten — onder meer op beschermde zee-eenden en de wadbodem — onvoldoende waren onderzocht. Het hoger beroep bij de Raad van State is nog niet behandeld. Bovendien wacht men nog op een uitspraak over de ontgrondingsvergunning van Rijkswaterstaat, die naar verwachting in september komt. Tot die uitspraken kan geen nieuwe vergunningprocedure worden doorlopen: er zijn drie stappen nodig (quotum van Rijkswaterstaat, natuurvergunning van de provincie Fryslân en ontgrondingsvergunning), en zonder de laatste kan het traject niet verder.

De vissers stellen dat zij eerder al bereid waren tot flinke concessies: 55 procent van het wingebied en 25 procent van het quotum wilden zij inleveren, maar dat bod werd afgewezen. Ze vinden dat de vergunningenprocedure verlamd is en wijzen erop dat zij op minder dan 1 procent van het wad actief waren. Voor de Noordzee hebben ze wél een vergunning, maar die visgronden liggen dieper en verder verspreid; met kleine schepen is dat onrendabel en ecologisch gevoelig door extra brandstofgebruik en groter beslag op het gebied.

Waddenvereniging en Natuurmonumenten benadrukken dat zij openstonden voor alternatieve locaties of compensatiemaatregelen, maar dat het bevoegd gezag — de provincie Fryslân — moet beoordelen of en onder welke voorwaarden schelpenwinning nog toestaanbaar is. Zij noemen schelpenwinning een vorm van ondiepe delfstofwinning die moeilijk te rijmen is met de Waddenzee als werelderfgoed.

De schelpenvissers vragen nu om een gedoogvergunning en een snelle oplossing, omdat zij de lange juridische procedures financieel niet kunnen dragen. De impasse zet niet alleen bedrijven onder druk maar roept ook de bredere vraag op hoe het evenwicht tussen economische benutting en bescherming van het kwetsbare Waddengebied kan worden hersteld.