Kunnen we ook zonder pijnlijke dierproeven? 'Als je onderzoek wil doen naar wondgenezing, moet er wel eerst een wond worden gemaakt'
In dit artikel:
In Nederland worden nog steeds veel dierproeven uitgevoerd: in 2023 ging het om ruim 400.000 gevallen, vooral met muizen, ratten en vissen voor onderzoek naar ziektes, medicijnen en diergezondheid. Ondanks een cosmeticaverbod sinds 1997 blijven proeven voor wetenschappelijk doel plaatsvinden; tegelijk groeit het gebruik van dierproefvrije technieken, maar volledig vervangen blijkt lastig.
In Kootstertille vangt Stichting Hulp en Herplaatsing Huisdieren (SHHH) proefdieren op die klaar zijn met onderzoeken. Op een pension daar verblijven beagles zoals de tien maanden oude Alanis, die na laboratoriumopvoeding wennen aan mensen. Oprichter Ed Pols en zijn vrijwilligers plaatsten in 27 jaar meer dan 2.600 ex-proefdieren; momenteel zijn zo’n 44 honden ondergebracht bij gastgezinnen en pensions. Beagles worden vaak gebruikt omdat ze handzaam zijn en een vergelijkbaar metabolisme hebben als mensen. Laboratoria geven bij overdracht weinig informatie; SHHH krijgt alleen bevestiging dat de dieren gezond zijn.
Activisten en onderzoekers pleiten al langer voor meer vervangende methoden. Debby Weijers van stichting Dierproefvrij benadrukt dat veel geregistreerde proeven verder gaan dan het inbrengen van een naald en pijn veroorzaken — bijvoorbeeld bij onderzoek naar wondgenezing. Dierproefvrij werkt aan volledige vervanging van dierproeven met alternatieven zoals computermodellen en gekweekte mini-organen. Een concreet resultaat is een gezamenlijk model van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Dierproefvrij: stukjes menselijk leverweefsel op een microchip die veel van de zogenaamde ‘plofmuizen’ kan vervangen in onderzoek naar leververvetting.
Ook universitaire instituten in Groningen (RUG en UMCG) voeren nog proeven uit — samen ruim tienduizend in 2024 — maar laten een dalende trend zien door meer gebruik van dierproefvrije methoden. Toch blijft het moeilijk om alle experimenten te vervangen, geeft het UMCG aan: sommige vraagstukken vereisen voorlopig nog levende modellen.
Bij onderzoek naar vee, zoals voerproeven in Emmen bij het Poultry Innovation and Research Centre, zijn vervangende technieken in opkomst (bijvoorbeeld kipcellen op chips), maar ook daar is volledige vervanging complex en raakt het aan bredere ethische vragen over het gebruik van dieren in de vleesindustrie.
Tegelijk worden binnen laboratoria stappen gezet in dierenwelzijn: betere verzorging, speelcontact en traceerbare foklijnen verminderen stress en verbeteren herplaatsingskansen. De meeste honden die SHHH ontvangt vinden binnen een jaar een nieuw thuis.