Kunnen boeren in Friesland collega's in Zuidoosthoek helpen bij stikstofreductie?
In dit artikel:
LTO Noord vraagt de provincie Fryslân te berekenen hoeveel extra stikstofreductie van alle Friese boeren nodig zou zijn om zwaardere ingrepen in Zuidoost-Fryslân te voorkomen. Die oproep komt in reactie op het nieuwe provinciale beleidsstuk 'Friese aanpak stikstofreductie en natuurherstel', waarin Gedeputeerde Staten oproept tot een algemene stikstofvermindering van 30% in 2035 ten opzichte van 2019, met extra maatregelen rond kwetsbare gebieden zoals het Fochteloërveen, het Drents-Friese Wold, Leggelderveld en de Bakkeveense Duinen. Het dagelijks bestuur (BBB, CDA, FNP, CU) presenteerde het plan recent; gedeputeerde Abel Kooistra noemde bij de presentatie nog geen concrete percentages voor het zuidoosten.
LTO Noord vreest dat opnieuw vooral boeren in Zuidoost-Friesland de grootste offers zullen moeten brengen en verwijst naar eerdere ingrepen uit 2022. Tijdens een bijeenkomst in Langedijke riep de organisatie op om een gevoeligheidsanalyse te laten uitvoeren: hoeveel procent extra reductie in de hele provincie voorkomt dat specifieke bedrijven in het zuidoosten veel sterker moeten krimpen.
Tegelijk stelt het Streek Initiatief Opsterlân Oost (SIOO) dat extra maatregelen in Zuidoost-Fryslân onnodig zijn, omdat de veestapel in Opsterland is afgenomen en meer dan 900 hectare nieuw natuurgebied met gevoelige, laag-KDW-habitats is ontstaan.
Een ander discussiepunt in het beleid is het onderzoeken van het intrekken van 'latente ruimte' in vergunningen — ongebruikte ruimte voor het houden van dieren. LTO Noord verzet zich daartegen: vergunningen worden als een recht gezien en het intrekken leidt volgens hen niet per se tot netto stikstofreductie, maar tot verschuivingen en mogelijke afroming van fosfaatrechten.