Koude winter kost Friese gemeenten minimaal half miljoen euro
In dit artikel:
De strenge afgelopen winter heeft in Friesland veel wegschade veroorzaakt; gemeenten kampen samen met een schadepost van ruim een half miljoen euro, waarbij Ooststellingwerf met circa 220.000 euro koploper is. Vorst, sneeuw, ijzel en grote hoeveelheden strooizout hebben vooral oud asfalt aangetast. De meest voorkomende oorzaak is zogenaamde opdooischade: ontdooiende, eerder bevroren ondergrond laat het wegdek als het ware “drijven”, wat verzakkingen en scheuren veroorzaakt.
De schade varieert sterk per gemeente. Weststellingwerf trof op ongeveer dertig locaties schade en hield de directe herstelkosten met eigen inzet rond 24.000 euro, al rekent de gemeente dit jaar op zo’n 120.000 euro aan versneld onderhoud. De Fryske Marren en Waadhoeke kozen bij noodreparaties voor koud asfalt – een tijdelijke, snel toepasbare methode – en ramen hun schade op respectievelijk 50.000–100.000 en circa 80.000 euro. In Súdwest-Fryslân is de rondweg bij Sneek door opdooischade geraakt; het volledige herstel was al gepland en kost miljoenen, met een extra meerkost van 10.000–20.000 euro nu. Tot het herstel is afgerond geldt een snelheidsbeperking ter bescherming van weggebruikers.
Niet alle plekken werden even hard getroffen: op de Waddeneilanden bleef het milder en waren de gevolgen beperkt; Harlingen en Achtkarspelen merken niets bijzonders. Leeuwarden ziet plaatselijke schade en plant in maart een uitgebreide inspectieronde. De uiteenlopende schadebeelden zijn terug te voeren op lokale weersomstandigheden en vooral op de leeftijd en kwaliteit van het asfalt: oud, versleten wegdek is kwetsbaarder.
Financiering gebeurt meestal uit reguliere onderhoudsbudgetten; bij grotere tegenvallers wordt gekeken naar uitstel of verschuiving van werkzaamheden of het vrijmaken van extra middelen.