Kerken moeten de nieuwe werkelijkheid tot zich laten doordringen en hun handelen daarnaar richten
In dit artikel:
Kerken in Nederland staan voor ingrijpende veranderingen: sluitingen en een nijpend tekort aan predikanten dwingen tot een andere aanpak. In het komende decennium zullen naar schatting 800 protestantse en 1000 katholieke gebouwen hun deuren sluiten — samen goed voor zo’n 40% van alle godshuizen — en binnen zeven jaar gaan bij de PKN ongeveer 700 predikanten met pensioen. Tegelijk meldt het CBS dat 57% van de Nederlanders zichzelf als ongelovig ziet, wat de krimp verklaart.
De problemen zijn niet nieuw; sinds de jaren zestig nam secularisatie toe en veranderde het religieuze landschap: meer persoonlijke geloofsbeleving, minder dogmatiek, vrouwenpredikanten sinds 1969 en ruimer gebruik van het avondmaal. Maar die aanpassingen volstaan niet meer. Roel Knijff, directeur van de Bond van Nederlandse Predikanten, waarschuwt dat het oude kerkmodel “voorgoed” voorbij is en dat gemeenten en landelijke organisaties niet moeten blijven vastklampen aan de status quo.
Praktisch betekent dit dat wie straks een dienst wil bijwonen vaker moet reizen en dat kerken creatiever moeten worden in vorm en tijdstip. In Fryslân en daarbuiten trekken bijvoorbeeld bijeenkomsten als The Send in Leeuwarden (recent 500 jongeren op een zaterdagavond) jonge mensen aan die geen binding hebben met traditionele kerkmuren. De oproep is duidelijk: maak ruimte voor nieuwe vormen van samenkomst — andere tijden, minder vaste kaders — om relevant te blijven voor toekomstige generaties.