Kees Huizinga is boer in Oekraïne. 'In Nederland brandt het lampje van de koelkast altijd'
In dit artikel:
Kees Huizinga is na een korte periode bij zijn vrouw en twee dochters in Emmen weer terug op zijn boerderij in Kischenzi, Centraal-Oekraïne. Hij keerde woensdagavond terug na drie weken in Nederland en beschrijft hoe het dagelijkse leven nog steeds door de oorlog wordt bepaald: elektriciteit is onbetrouwbaar — vaak ongeveer anderhalf uur stroom gevolgd door minstens vier uur uit — waardoor alles van koken tot schoonmaken op die ritmes moet worden afgestemd. Gas is op veel plekken nog beschikbaar, maar in steden als Kyiv kan uitvallende stadsverwarming ernstige koudeproblemen geven; op het platteland compenseren veel gezinnen met houtkachels.
Huizinga zegt dat vier jaar oorlog diepe indruk heeft gemaakt. Hij plaatst de huidige fase in een breder tijdsbeeld: voor hem begon het conflict al in 2014 met de annexatie van de Krim. Europa noemt hij te naïef in de veronderstelling dat met Poetin te praten valt; volgens hem wil Rusland eerst de Donbas veroveren en zal daarna opnieuw expansie nastreven. Hij waarschuwt dat Oekraïne nooit afstand moet doen van die verdedigingslinie.
Over de strijd zelf zegt hij dat de Russische verliezen enorm zijn — hij geeft voorbeelden van hoge aantallen gesneuvelden en soms extreem ongelijke dodenverhoudingen op delen van het front — een beeld dat hij zelf ervaart en door lokale berichtgeving bevestigd ziet. Zijn bedrijf draait nog door, maar de kosten stijgen: diesel is ongeveer twee keer zo duur geworden, en hij is afhankelijk van generatoren. Huizinga benadrukt de mentale en praktische taaiheid van Oekraïners en contrasteert dat met het Europese comfort: kleine storingen zoals een donker wordende koelkastlamp ervaren zij als veel ernstiger.