Karel (87) uit Woudsend koesterde geen wrok voor de nachtmerrie die hij in 1972 beleefde, maar zocht naar verbinding
In dit artikel:
Karel Wielenga (geboren 6 januari 1939 in Middelburg) is deze week op 87‑jarige leeftijd overleden. Zijn leven sloeg een radicale wending toen hij op 2 december 1975, op verzoek van twee zakenpartners, in de stoptrein tussen Groningen en Zwolle stapte. In de coupé werden hij en andere reizigers door zeven Zuid‑Molukse jongeren gegijzeld; na een eerste gewelddadige confrontatie raakte hij betrokken bij de kaping bij Wijster. Twaalf dagen lang zat hij vast, waarin de kapers geen schroom toonden geweld te gebruiken: de machinist en twee passagiers werden doodgeschoten. Op 14 december 1975 kwam Wielenga vrij en keerde terug naar zijn gezin in Haren.
In plaats van wrok te koesteren zocht Wielenga naar begrip voor de motieven van de kapers. Hij benaderde hun ouders en de Molukse gemeenschap, luisterde naar hun geschiedenis van dienst aan Nederland en het verblijf in armoedige kampen na de Tweede Wereldoorlog, en ging zelfs in gesprek met Eli Hahury, de leider van de kaping (die later in zijn cel zelfmoord pleegde). Zijn pogingen tot verzoening en uitleg stuitten op weerstand; hij kreeg bedreigingen, maar bleef pleiten voor meer empathie tussen beide culturen.
Wielenga veranderde zijn leven professioneel: hij nam zijn werk in de bouwsector op in ontwikkelingsprojecten. Na een bezoek aan Jakarta in 1983 startte hij samen met zijn vrouw Will een initiatief om dakloze bewoners van krottenwijken huizen te geven. Met zijn bouwachtergrond ontwikkelde hij een goedkope techniek waarbij afvalhout met leem en water werd samengeperst tot stevige bouwblokken. Die methode leverde honderden Indonesiërs een dak op en trok aandacht van de Indonesische regering en landen als Peru, Jamaica en de Filipijnen.
De kaping bij Wijster bleef bepalend voor Wielenga: hij beschouwde zichzelf als een overlever die de gebeurtenis had omgezet in inzet voor ontwikkeling en begrip. Tot op hoge leeftijd hield hij contact met de Molukse gemeenschap en bleef hij pleiten dat het lijden van de slachtoffers niet voor niets mocht zijn geweest.