Kan met 30 procent minder stikstof de vergunningverlening vlot getrokken worden? 'We beginnen niet op nul hè?'
In dit artikel:
De Friese coalitie heeft een nieuwe aanpak gepresenteerd om stikstofuitstoot en natuurherstel te regelen: de landbouw in Fryslân moet in 2035 de stikstofuitstoot met 30 procent hebben verminderd ten opzichte van 2019. Gedeputeerden Matthijs de Vries (CU, natuur) en Abel Kooistra (BBB, landbouw) legden het plan donderdag voor; Provinciale Staten bespreken het op 15 april en besluitvorming volgt deze zomer, waarna het uitvoeringsprogramma nog tot eind 2027 kan worden uitgewerkt.
Achtergrond is dat vergunningverlening vastloopt door rechterlijke uitspraken: die kan pas weer opengaan als er aantoonbare en geborgde stikstofreductie en herstel van natuur plaatsvindt. Tot en met 2023 is volgens Kooistra ongeveer 6 procent van de beoogde 30 procent al gehaald, onder meer dankzij stalaanpassingen met provinciale subsidie, stoppers- en uitkoopregelingen en het wegvallen van de derogatie (de hiervoor door Brussel verleende extra bemestingsvrijstelling voor grasland).
De provincie houdt een vrij brede, vrijwillige insteek tot 2035: boeren mogen zelf bepalen hoe ze de resterende reductie realiseren, maar als het doel niet wordt gehaald volgen in 2035 verplichte maatregelen. Voor vergunningverlening krijgen PAS-melders en interimmers (veehouders zonder geldige vergunning door eerdere fouten) prioriteit; hulp aan deze groepen heeft volgens Provinciale Staten de hoogste prioriteit.
Specifieke gebieden krijgen verschillend beleid. Boeren op de Waddeneilanden vormen een uitzondering; door het wegvallen van de derogatie wordt daar al genoeg reductie verwacht. Daartegenover komen scherpere beperkingen rond het Fochteloërveen, het Drents-Friese Wold met Leggelderveld en de Bakkeveense Duinen: deze Zuidoost-Friese Natura 2000-gebieden hebben zwaar onder druk staande en zeer stikstofgevoelige natuurtypen. Voor die regio’s stelt de provincie nog geen concrete reductiepercentages vast; eerst volgt regionaal overleg en nader onderzoek.
Nationaal ligt de opgave hoger (rond 44 procent), maar Kooistra wijst erop dat landelijke cijfers worden beïnvloed door regio’s met veel grotere opgaves zoals de Veluwe en De Peel. De uitvoering en het tempo blijven onderwerp van overleg met waterschappen, gemeenten en belangenorganisaties.