Kan Friesland het probleem van de Amerikaanse rivierkreeften wegeten?

donderdag, 26 februari 2026 (06:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Friesland groeit de bezorgdheid over de invasieve Amerikaanse rivierkreeft. Binnenvisserij, handel en Waterschap Wetterskip Fryslân bespreken een proef waarbij vissers actief de kreeften gaan bestrijden én een afzetmarkt zoeken. Handelaar Marco Bremer (Freshwater Fish Trading, Woudsend) ziet wél kansen voor de rode Amerikaanse rivierkreeft, vooral in landen als Finland waar elk jaar Rapujuhlat wordt gevierd. Economisch is het product lastig: uit 1 kg kreeften blijft slechts circa 150 gram eetbaar vlees over, waardoor verkoop pas rendabel wordt bij hooge prijzen (ongeveer €7,50 voor 200 g). Bremer exporteert geen Friese gevlekte kreeften; die soort is lokaal dominant en vooralsnog moeilijk stabiel aan te voeren.

De Friese Bond van Binnenvissers, met secretaris Ale de Jager uit Reduzum, presenteert een plan: zes tot acht binnenvissers vissen gericht de plaag weg en leveren de vangst aan een groothandel. Omdat die te weinig kan betalen wil Wetterskip Fryslân een vaste maandvergoeding geven — geschat op €700–800 — in plaats van een bedrag per kilo. De Jager legt uit dat betaling per kilo een prikkel geeft om alleen grote exemplaren te vangen, terwijl juist ook de kleintjes weg moeten om de populatie terug te dringen. Een vaste vergoeding moet wel worden gecontroleerd, bij voorkeur via medewerkers van het waterschap die al in het veld werken als beheerder van muskusratten en beverratten.

Snelheid van afvoer is cruciaal: kreeften zijn kannibalen en beginnen na twee dagen elkaar op te eten, wat de opbrengst en inzetbaarheid bemoeilijkt. Vissers zien in het plan zowel beschermend effect op de visstand als een winterse inkomstenbron. Voor het waterschap is nietsdoen geen optie: afgelopen zomer haalden proefvissers al 20.000 exemplaren weg uit polders bij Hallum, Burdaard en de Groote Wielen; veel oeverzones lijden al onder graafschade die dijken kan verzwakken — een risico dat ook Hoogheemraadschap Delfland kent.

Dagelijks bestuurder Monique Plantinga zegt dat het project richting krijgt door een recent aangenomen motie getiteld "If you can’t beat them, eat them." Het kost jaarlijks naar schatting €50.000–76.000. Plantinga dringt aan op rijksgeld of juridische stappen om kosten op het Rijk te verhalen — vergelijkbaar met het succes van Delfland, dat €7 miljoen ontving. Daarnaast werkt het waterschap aan herstel van ecosystemen om natuurlijke vijanden van de kreeft (snoek, otter, meerval) te versterken. Een definitief beheerplan moet eind dit jaar duidelijkheid geven over samenwerking en financiering.