Kabinet kan over rechts én links verder met Knots plan voor de Lelylijn. 'Se moatte it noch wol wolle'
In dit artikel:
Klaas Knot had slechts een uur in de Tweede Kamer om zijn plan voor de Lelylijn toe te lichten; hij moest daarna naar Tokio. Als voormalig DNB‑directeur gebruikte hij buitenlandse voorbeelden — vooral Japan en Frankrijk — om te betogen dat hogesnelheidslijnen niet alleen reistijd verkorten, maar ook woningbouw en economische clusters stimuleren, effecten die volgens hem buiten beeld blijven bij de gebruikelijke Maatschappelijke Kosten‑Batenanalyse (MKBA). Knot waarschuwde dat een te enge MKBA grote infrastructurele projecten naar de Randstad zou laten verschuiven en dat investeren noodzakelijk is om te voorkomen dat Nederland in een passieve, „renteniersachtige” houding vervalt.
Knot stelt een spaarplan voor: jaarlijks 400 miljoen euro tot 2049, waarmee ongeveer 75% van de geraamde circa 14,5 miljard aan kosten gedekt zou zijn — de drempel om een MIRT‑verkenning te starten. Die verkenning moet uitwijzen of, hoe en waar de lijn kan worden aangelegd. Hij vergeleek het met historische keuzes: had men honderd jaar geleden strikt met een MKBA gewerkt, dan was de Afsluitdijk mogelijk nooit gebouwd.
In politiek Nederland kreeg Knot beperkt gehoor: van de 17 Kamerfracties spraken er zeven met hem. Oppositiepartijen PRO, JA21, SP en ChristenUnie reageerden positief. PRO‑woordvoerder Habtamu de Hoop wil een amendement voor 35 miljoen euro om de uitvoeringskosten van de MIRT‑verkenning alvast te bekostigen; JA21’s Maarten Goudzwaard ziet de Lelylijn ook als middel tegen braindrain uit het Noorden. Coalitionspartijen D66, CDA en VVD moeten echter eerst intern duidelijkheid krijgen; het coalitieakkoord vermeldt de Lelylijn niet en CDA‑Kamerlid Luciënne Boelsma wil eerst de kabinetsreactie zien.
Financiering blijft omstreden. Vorig jaar was tijdelijk 3,4 miljard gereserveerd, maar dat geld werd later aangesproken; van dat bedrag bleef 640 miljoen over, waarover steeds discussie is geweest. Lokale overheden in Noord‑Nederland, Flevoland, gemeenten en waterschappen kondigden samen aan jaarlijks 40 miljoen te willen sparen, een stap die de FNP ondemocratisch vond omdat die besluitvorming niet in de provincie was besproken. SP stelde dat ook Randstedelijke overheden zouden moeten bijdragen; Knot pleitte ervoor dat vooral de regio’s waar de lijn ligt en het meest profiteren financiële bijdragen leveren.
De Kamer debatteert over de Lelylijn op 3 juni. Voor Knot eindigt hiermee zijn rol als Lelylijn‑gezant; persoonlijk verklaarde hij het project belangrijk te vinden, mede door zijn ervaring met wonen in Drachten zonder treinverbinding.